Geografie en rivieren in Griekenland
|
Beelden Griekenland |
Bijna 18% van het landoppervlak wordt ingenomen door ruim 2000 vaak ver uit elkaar liggende eilanden, waarvan sommige (ca. 150) te klein zijn voor bewoning. Het vasteland is overwegend bergachtig. In het noordwesten vormt het ongeveer noord-zuid verlopende Pindhosgebergte een voortzetting van het met de Dinarische Alpen beginnende bergsysteem langs de Adriatische kust van het Balkanschiereiland, dat in de Pindhos hoogten bereikt boven 2500 m (Smolikas, 2637 m). Het vindt voortzetting in het Taygetosgebergte (tot 2409 m) van de Peloponnesos en in de naar het oosten afbuigende eilandenboog van Kreta, Karpathos en Rhodos. |
Deze overwegend uit kalksteen, voorts uit zandsteen en kleisteen bestaande keten is het resultaat van een jonge gebergtevorming, de alpine plooiing. In sommige gedeelten komen de onderliggende kristallijne gesteenten aan het oppervlak. Deze jonge gebergten zijn sterk verbrokkeld; door verzakkingen zijn zowel evenwijdig aan de bergketens als dwars daarop bekkenlandschappen en diepe baaien gevormd, waaronder de 127 km lange Golf van Korinthe die het schiereiland Peloponnesos scheidt van het vasteland. Het jonge bergland wordt in het westen geflankeerd door de eveneens voornamelijk uit kalksteen bestaande Ionische Eilanden. Oostelijk van het Pindhosgebergte ligt Thessalië, waarvan het zuidelijke gedeelte wordt ingenomen door vlakten met landbouw en veeteelt; in het bergachtige noordelijke deel ligt de hoogste top van Griekenland, de Olympus (2911 m). |
Deze maakt deel uit van de oude massieven in het oosten en noordoosten van Griekenland, resten van reeds tijdens het Carboon gevormde gebergten. Ook de Cycladen, de eilandengroep in de Egeïsche Zee, behoren tot deze oude massieven die overwegend zijn opgebouwd uit kristallijne gesteenten. De rivieren van Griekenland zijn voor de scheepvaart van geen enkele betekenis; ook veel grote rivieren liggen 's zomers droog. Veel kleine rivieren hebben alleen water na hevige regenbuien. De belangrijkste rivier is de Achelóos, die op de Pindhos ontspringt. Aan de oostzijde van de Pindhos ontspringt de Peneios, die vele zijrivieren heeft, waaronder de Enipeus en de Europos. De hoofdrivier van Boeotië in Midden-Griekenland is de Kephisos. |
![]() |
Landschap van Griekenland. Beeld Emmanuel Buchot |
Van de Peloponnesische rivieren heeft de Roephias het grootste stroomgebied; de belangrijkste rivier van Laconië is de Evrotas. Van de Stroema, de Vardar en de Mesta ligt alleen de benedenloop in Griekenland; de Maritza (of Evros) is grensrivier. Emmanuel Buchot en Encarta. |
Tilpasset søgning
|