Polen

Geografie en rivieren van Polen

Foto's van Polen
1/08/11

Polen is een vnl. vlak laagland; 54% heeft een hoogte beneden 150 m, 37% een hoogte van 150 tot 300 m. Gebergten komen slechts aan de zuidgrenzen voor. Qua reliëf kan Polen in drie ongeveer oost-west verlopende gordels worden verdeeld, van noord naar zuid: a. Langs de Oostzee strekken de kustvlakten zich uit; in de laagvlakte van de Wis?a ligt het laagste punt van het land: -1,8 m. Hierop sluiten aan de iets hoger gelegen (tot ruim 300 m) Pommerse en Mazoerische Meervlakten. b. De weer wat lager gelegen centrale vlakten en de oerstroomdalen bestaande uit het Silezische Bekken, de Kujawy, de Grootpoolse Meervlakte, het laagland van Mazowsze en van Podlachië. c. Ten zuiden van de centrale vlakten strekt zich een aantal hooggelegen plateaus uit. Hiervan is de Kleinpoolse Hoogvlakte geleed in de Góry ?wi?tokrzyskie (Heiligekruisbergen, tot 611 m hoog), de plateaus van Silezië en Kraków-Cz?stochowa en de synclinale van de Nida.

Het plateau van Lublin strekt zich op 200–300 m hoogte uit tussen Wis?a en Bug. De Karpaten bestaan uit middelgebergten en hooggelegen plateaus van alpine oorsprong, doorsneden door de bovenlopen van de Odra en de Wis?a. De Poolse Karpaten zijn een onderdeel van de West-Karpaten, afgezien van de Bieszczady (Woudkarpaten). Het hoogste punt van Polen (Rysy, 2499 m) ligt in het Tatramassief. De noordelijkste keten is de kalkachtige Pieniny. Verder westelijk, van de Karpaten gescheiden door de Moravische Poort, liggen de Sudeten, een granietmassief van Variscische oorsprong. Het hoogste deel is het Reuzengebergte (Karkonosze).

De bodem bestaat voor ca. 55% uit podzolbodems. Ten noorden van de lijn Lublin-Katowice-Wroc?aw wordt dit bodemtype afgewisseld door alluviale bodems langs de waterlopen, kleine oppervlakten zeer vruchtbare zwarte veengronden en bruine bosbodems. Dit laatste bodemtype (in totaal 20% van de oppervlakte) komt ook ten zuiden van bovengenoemde lijn voor, waar het zich op löss heeft ontwikkeld. Naast de bruine bodem komen op de plateaus van Zuid-Polen nog rendzina's en tsjernozjoms (zwarte aarden) voor. Van de bodems bestaat 8% uit gebergtebodems, vnl. leem en zand

Rivieren en meren
Landschap van Polen
Landschap van Polen
De meren bedekken ca. 1% van de oppervlakte van Polen. 9266 meren hebben een oppervlakte van meer dan 1 ha; hun totale oppervlakte bedraagt bijna 3200 km2. De grootste zijn het ?niardwymeer (109,7 km2) en het Mamrymeer (102,3 km2), beide in Mazoerië. De meeste meren zijn postglaciaal van oorsprong en komen voor op de Pommerse, Mazoerische en Grootpoolse Meervlakten, alsook in de Kujawy. De rivieren wateren vrijwel alle af op de Oostzee. De stroomgebieden van de twee hoofdrivieren, de in zuidoost-noordwestelijke richting stromende Wis?a (Weichsel) en Odra (Oder), beslaan 56% resp. 34% van de oppervlakte van Polen; 9% valt toe aan de stroomgebieden van de kustrivieren, die direct in de Oostzee stromen.
De belangrijkste zijrivier van de Wis?a is de Bug, die van de Odra de Warta. Door het regenregime varieert de waterhoogte sterk. De rivierstelsels van Wis?a en Odra worden met elkaar verbonden door het Bydgoszczkanaal tussen de Brda, zijrivier van de Wis?a, en de Note?, zijrivier van de Warta. "Polen," © Schriftelijke door en Encarta
Tilpasset søgning