Geschiedenis van Frankrijk : De Derde Republiek
|
Beelden Frankrijk |
De nederlaag bij Sedan (1 september 1870) leidde te Parijs tot de uitroeping van de republiek (4 september 1870). Deze sloot met het nieuwe Duitse keizerrijk het Verdrag van Frankfurt (10 mei 1871), waarbij zij de Elzas en een goed deel van Lotharingen afstond. Ondertussen was Parijs in de greep van de socialistische en radicale Commune (18 maart – 28 mei 1871), die door maarschalk Mac-Mahon bloedig werd onderdrukt. Onenigheid onder de monarchistische meerderheid in de in 1871 gekozen Nationale Vergadering had tot gevolg dat in 1875 de republiek grondwettelijk werd ingericht. De royalistische president Mac-Mahon had sinds 1876 te kampen met een republikeinse meerderheid geleid door Gambetta en nam ontslag. Opnieuw dook met de nationalistische generaal Boulanger de royalistische gedachte op, maar voor een machtsgreep schrikte hij terug (1889). De onvastheid van de ministeries en de politieke schandalen bemoeilijkten het regeringswerk. Het schandaal van de handel in ridderorden onder Grévy (1887) en het Panamaschandaal (1892–1893) werden nog in de schaduw gesteld door de Dreyfus-affaire (1894–1906). In haar geheel is de binnenlandse politiek sterk antikatholiek geweest. In 1905 werd opnieuw de scheiding van kerk en staat uitgeroepen. De sociale wetgeving, die vooral sinds 1884 vorm kreeg, bleef ondanks de actie van Jaurès en de socialisten aarzelend. |
Ferry spande zich in voor de uitbreiding van het koloniale rijk. In 1881 werd Tunis bezet. De Franse interventies in Egypte (1882) en de vestiging van een feitelijk protectoraat over Madagaskar (1884) hadden Engeland ontstemd. Dit en de oorlog met China, waardoor Tonkin (1884) bij de uitgebreide Franse invloedssfeer in Achter-Indië werd gevoegd, leidden tot toenadering tot Duitsland. Deze kwam ook tot uiting in de samenwerking bij de regeling der Afrikaanse kwesties. Na het Siamees geschil (1893) bereikte de Frans-Engelse naijver in het Boven-Nigergebied en in het Boven-Nijldal een hoogtepunt in het Fasjoda-incident (1898). Frankrijk boog het hoofd, waardoor de toenadering tot Engeland begon. Sinds 1891 tekende een samengaan van Frankrijk met Rusland, gegriefd door de brutale houding van Wilhelm II, zich af; dit resulteerde in een tweevoudig verbond (1892–1894; zie Duple Alliantie). |
Minister Delcassé wist de internationale positie van Frankrijk nog aanzienlijk te verbeteren. De regeling van hun respectieve belangen in Noord-Afrika bracht Italië en Frankrijk dichter bij elkaar (1898–1900). Met Engeland werden alle nog resterende koloniale geschillen geregeld in een Entente Cordiale (1904), terwijl de banden met Rusland nauwer werden aangehaald. De zo ontstane Triple Entente gaf Frankrijk een sterke positie tegenover Duitsland in het Marokkaanse geschil (1905–1911). Het conflict tussen Rusland en Duitsland over de Servische kwestie sleepte Frankrijk, dat zijn bondgenoot niet in de steek wilde laten, mee in de Eerste Wereldoorlog. Tot 1917 was de krijgskans de Franse legers niet bijzonder gunstig, ondanks de door Joffre en Gallieni gewonnen Slag aan de Marne. In november 1917 werd de regering toevertrouwd aan Clemenceau. Dictatoriaal en heftig ging hij elk defaitisme tegen en reorganiseerde hij de verdediging. Een jaar later had Frankrijk de overwinning behaald. Op de vredesconferentie te Versailles (1919; zie Vredesverdragen van Versailles) was Clemenceau de |
![]() |
Minister Delcassé. |
dominerende figuur, maar zijn plannen om Duitsland volledig te ontkrachten vonden geen instemming bij de geallieerden. Niettemin kreeg Frankrijk Elzas-Lotharingen terug. |
![]() Aangepast zoeken
|