Frankrijk
Geschiedenis van Frankrijk in de 9e en 10e eeuw
Beelden Frankrijk

Besloeg het grondgebied van het huidige Frankrijk in de oudheid de Romeinse provincie Gallia, later maakte het deel uit van het Frankische Rijk. Na het Verdrag van Verdun (843) kwam het gebied ten westen van Schelde, Maas, Saône en Rhône onder Karel de Kale (840–877). Binnen dit gebied maakten diverse territoriale vorsten zich los van het weinig effectieve koninklijke gezag van diens opvolgers. Onder Karel III de Dikke (884–888) werd tijdelijk het Frankische eenheidsrijk hersteld, maar in 887 werd Karel afgezet en evolueerden het West- en het Oost-Frankische Rijk definitief tot wat Frankrijk en Duitsland mogen worden genoemd.

Nadat Odo (888–898) het rijk krachtig tegen de Noormannen had verdedigd, sloot Karel III de Eenvoudige (898–929) een akkoord te St-Clair-sur-Epte (911) met hun leider Rollo, waardoor deze zich tot Normandië zou beperken. Robert I (922–923), Rudolf van Bourgondië (923–936) en Lodewijk IV (936–954) dienden al hun energie te besteden aan de strijd tegen de grote vazallen. Op het einde van de 9de en het begin van de 10de eeuw ontstonden als gevolg van het feodale stelsel (zie feodaliteit) een aantal territoriale vorstendommen, waaronder Vlaanderen en Normandië.

Pogingen van Lotharius (954–986) om het koninklijk domein met Lotharingen uit te breiden mislukten (978). Met Lodewijk V (986–987) stierf het Karolingische Huis uit. Dank zij Duitse steun werd toen Hugo Capet (987–996) tot koning gekozen en ving de dynastie der Capetingen aan.

De grootste verdienste van Hugo Capet en zijn opvolgers ligt in het feit dat zij de monarchie vrijwel erfelijk wisten te maken. Ten zuiden van de Loire was hun gezag echter geheel afwezig en ten noorden ervan steunde het grotendeels op de trouw van enkele bisschoppen. Onder de eerste grote Capetinger Lodewijk VI de Dikke(1108–1137) kon de koning voor het eerst de grote vazallen tot de orde roepen en zelfs in hun interne aangelegenheden tussenbeide komen. Hij wist met succes de territoriale vorsten in te zetten tegen een invasie van de Duitse keizer (1124).

Zijn zoon Lodewijk VII(1137–1180) slaagde erin, na zijn huwelijk met Eleonora van Aquitanië, zijn invloed tot de Pyreneeën uit te breiden. In 1152 liet hij zich van Eleonora scheiden; deze huwde spoedig de machtige Hendrik II Plantagenet, die aldus Zuid-Frankrijk kon toevoegen aan zijn machtssfeer, die reeds Normandië, Anjou, Maine en Touraine omvatte. In 1154 werd Hendrik koning van Engeland (Hendrik II): zo ontstond een rijk dat een sterke bedreiging vormde voor de uitbouw van het Franse koninkrijk. Filips II August (1180–1223) breidde het kroondomein aanzienlijk uit, o.m. met Anjou, Artesië, Maine, Normandië, Poitou, Touraine en Vermandois. Filips’ overwinning in de Slag bij Bouvines (1214) op de Engels-Duits-Vlaamse coalitie bevestigde zijn prestige op binnen- en buitenlands gebied. Voortaan achtte de koning het niet meer nodig zijn opvolger reeds vóór zijn dood te laten kronen. Na de korte regering van Lodewijk VIII (1223–1226) nam zijn kordate weduwe Blanche van Castilië het regentschap waar voor haar minderjarige zoon Lodewijk IX de Heilige (1226–1270) en verwierf in 1229 een deel van Languedoc. Lodewijk IX voltooide de bestuurlijke organisatie van Filips met het kader van baljuws en seneschalken. Onder Filips III (1270–1285) werd het kroondomein nog met Toulouse (1271) uitgebreid. Met Filips IV de Schone (1285–1314) nam het koningschap een absolutistisch karakter aan. Ondanks optreden tegen de Engelse koning bleef Guyenne aan Engeland. Het langdurige conflict met Rome liep uit op de benoeming van een aan de koning onderworpen

Lodewijk X
Lodewijk X.
paus, Clemens V (1305), die zich in Avignon vestigde. Drie zonen van Filips IV hebben hun vader achtereenvolgens opgevolgd: Lodewijk X (1314–1316), Filips V (1316–1322) en Karel IV (1322–1328), de laatste uit de rechtstreekse linie der Capetingen.
Aangepast zoeken