Engeland
Geschiedenis van Engeland : De Restauratie
Beelden Engeland

Na de verwarring van de Burgeroorlog en de dictatuur van het Interregnum werd de restauratie van het Huis Stuart door de overgrote meerderheid van het volk met vreugde begroet. De afzonderlijke parlementen voor Engeland, Schotland en Ierland en het anglicanisme als staatsgodsdienst werden hersteld. Karel II (1660–1685) en zijn eerste-minister Clarendon namen maatregelen tegen de niet-anglicanen, de dissenters (Clarendon Code). De slechte afloop van de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog (brand van Londen, Tocht naar Chatham, 1667) was een van de oorzaken dat de bij het Hof gehate Clarendon moest heengaan. Hij werd opgevolgd door een groep ministers, het Cabal-ministerie. De koning sympathiseerde met het katholicisme. Het Tolerantie-edict (1672) moest hij onder druk van het parlement evenwel vervangen door de Test Act (1673), waarbij alle niet-anglicanen van de openbare ambten werden uitgesloten. In 1679 kreeg Engeland zijn bekende Habeas Corpus Act, gericht tegen willekeurige gevangenhouding. Naar aanleiding van de opvolgingskwestie ontstonden in deze periode de zgn. Tories en Whigs. De Tories steunde de door het erfrecht wettige troonopvolger van de broer van Karel II, de katholieke Jacobus. De Whigs (de exclusionisten) waren voor uitsluiting van katholieken. Het Lagerhuis nam de Exclusion-bill aan, het Hogerhuis niet.

De Restauratie was vergeleken met de situatie rond 1640, in politiek opzicht, een stap terug: het harde optreden tegen de dissenters (zie dissidenten), de uitspattingen aan het hof, de geheime diplomatie van de koning (met Lodewijk XIV, Dover, 1670) getuigden allesbehalve van een door ervaring gerijpt bedachtzaam politiek inzicht en optreden. Voor wetenschap en kunst was het Restauratietijdvak van grote betekenis. De in 1662 opgerichte Royal Society vormde een belangrijk uitwisselingscentrum van allerlei wetenschappelijke ideeën. Isaac Newton en Robert Boyle brachten een revolutie in de natuurwetenschappen teweeg. In de architect Christopher Wren (de herbouwer van Londen na 1667) en de componist Henry Purcell bezat Engeland kunstenaars van grote vermaardheid.

Het bewind van de katholieke Jacobus IIduurde slechts kort (1685–1688). Van meet af aan begon hij op ontactvolle wijze de katholieken te bevoordelen. De geboorte van ‘Jacobus III’ luidde een openlijk verzet in zowel van de kant van de Whigs als van de Tories. Men wendde zich tot stadhouder Willem IIIvan Holland, getrouwd met Jacobus’ dochter Maria, om het protestantisme en de vrijheid in Engeland te redden. Willem landde in Engeland op 5 november 1688, Jacobus vluchtte naar Frankrijk. De betekenis van deze paleisrevolutie ligt in de belangrijke wetten die de nationale conventie en later het parlement uitvaardigden: de Bill of Rights (1689, versterking van de positie van het parlement, zonder welks toestemming de koning geen belasting mocht heffen of een staand leger houden), het voor de dissenters gunstige Tolerantie-edict (1689, verzachting van de Clarendon Code), de Triennial Bill (1694) en de Act of Settlement (1701), welke de protestantse troonopvolging waarborgde. Het absolutisme had voor Engeland definitief afgedaan. Willem werd in 1702 opgevolgd door zijn schoonzuster Anna (1702–1714). Haar regeringsperiode werd in beslag genomen door de Spaanse Successieoorlog (Marlborough) en de strijd tussen de Whigs en de Tories (Bolingbroke). In 1707 werden door de Act of Union Engeland en Schotland verenigd tot één rijk met één parlement. De Schotten, van wie velen de unie betreurden, behielden in godsdienst- en onderwijszaken een grote zelfstandigheid.

Jacobus II
Jacobus II.
De unie betekende voor Schotland het begin van een economische en culturele opbloei. Engelands financiële, koloniale en commerciële expansie in de tweede helft van de 17de eeuw was van grote betekenis. Londen met zijn half miljoen inwoners begon Amsterdam langzamerhand voorbij te streven. De oprichting van de Bank of England (1694) en de Londense Beurs (1698) stimuleerden de ontwikkeling van het Engelse kapitalisme. In Voor-Indië en Noord-Amerika vestigde men in de 17de eeuw de eerste nederzettingen, die aan het eind van de eeuw van vitale betekenis werden. Een van de belangrijkste denkers van deze periode was John Locke. Zijn Two treatises on government (reeds voor 1688 geschreven) verschenen in 1690. Belangrijk voor de politieke bewustwording van het Engelse volk was de opkomst van de moderne pers en journalistiek onder Anna's regering (Steele, Addison, Defoe). Het Engelse koffiehuis droeg tevens in niet geringe mate bij tot de vorming van de publieke opinie. Encarta
Aangepast zoeken