Economie van Cambodja
|
Foto's van Cambodja |
Op economisch gebied was het land in de tweede helft van de jaren negentig volledig geruïneerd. De economische ontwikkeling werd nog bemoeilijkt door de voortdurende burgeroorlog. Het land is sterk afhankelijk van internationale hulp. Van het bruto nationaal product (bnp) komt 47% uit de landbouw, 15% uit de industrie, en de tertiaire sector draagt voor 38% hieraan bij. In 2006 bedroeg de economische groei ca.5%. |
Van de totale beroepsbevolking (4,5 miljoen in 1994) werkte 69% in de landbouw. De gespannen militaire situatie leidde eind jaren tachtig al tot hongersnood op verschillende plaatsen in het land. In de jaren negentig moest er rijst worden geïmporteerd. De staat koopt de rijst op tegen een prijs die onder de kostprijs ligt, zodat er veel op de particuliere markt wordt verhandeld. Naast rijst worden maïs, bonen, maniok, bananen en tabak verbouwd. Belangrijkste landbouwstreken liggen aan de Mekong en aan de Tonle Sap. De landbouw is geheel geprivatiseerd. Van de productie uit de bosbouw (in 1995 800 000 ha) wordt het merendeel door concessies aan Maleisië en Indonesië geëxporteerd. De Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) schatte dat tussen 2000 en 2005 bijna een derde van alle Cambodjaanse oerbossen was gekapt. |
De rubberproductie is goed voor 12% van de export. De visserij (vangst in 1992 ruim 1 miljoen ton) speelt in de voedselvoorziening van de bevolking een grote rol. |
Energie en industrie |
De industriële activiteiten beperken zich tot de productie van sigaretten en rubberschoeisel. In de industrie is slechts 4% van de arbeiders geschoold. De meeste handel loopt via particuliere kanalen, m.n. naar Thailand. De belangrijkste exportproducten zijn rubber, tabak, hout en sojabonen. Om machines, brandstof, kunstmest e.d. te verkrijgen vindt er bij gebrek aan deviezen uitwisseling van goederen plaats. Consumptiegoederen komen veelal door smokkel het land binnen. In 1995 ontving Cambodja netto $ 500 miljoen in het kader van ontwikkelingssamenwerking.
Tijdens het Pol Pot-regime (1976–1978) werd niet alleen het privé-eigendom, maar ook het geld afgeschaft. In maart 1980 werd de National Bank of Kampuchea opnieuw opgericht. Er zijn ook een Foreign Trade Bank en een toenemend aantal vooral buitenlandse handelsbanken.
In de periode 1970–1978 is de infrastructuur grotendeels verwoest. In 1992 was het wegennet 14 800 km lang, waarvan slechts 2600 km geasfalteerd. |
![]() |
||
Door sabotages van guerrillastrijders bevindt het wegennet zich in een extreem slechte toestand. Kompong Som is de internationale haven aan de Golf van Thailand. Royal Air Cambodia werd in 1995 opgericht. Bij Phnom Penh is een internationale luchthaven. "Cambodja" © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta. |
Tilpasset søgning
|