Duitsland : Staatsinrichting
|
Beelden Duitsland |
De grondwet van 23 mei 1949 verklaarde de Bondsrepubliek tot een ‘federatieve, democratische, parlementaire en sociale rechtsstaat’. De Bondsdag, het parlement, heeft 614 leden, is het hoogste orgaan en oefent de wetgevende macht uit. Hij wordt voor vier jaar door het volk gekozen krachtens algemeen direct kiesrecht, volgens een stelsel dat een compromis vormt tussen de evenredige vertegenwoordiging en het meerderheidsstelsel. In bepaalde gevallen kan de Bondsdag ontbonden worden. De Bondsraad bestaat uit 69 leden van de regeringen der deelstaten (drie, vier, vijf of zes naar gelang van het aantal inwoners van de desbetreffende deelstaat). De Bondsraad heeft o.a. een opschortend vetorecht tegen de meeste wetten die door de Bondsdag zijn aangenomen. De Bondsregering bestaat uit de bondskanselier (door de Bondsdag benoemd op voorstel van de bondspresident) en de bondsministers (door de bondspresident benoemd op voorstel van de bondskanselier). |
De bondskanselier heeft een grote persoonlijke macht. Hoewel alle ministers verantwoordelijk zijn aan de Bondsdag, kan alleen tegen de kanselier een motie van wantrouwen worden aangenomen, aangezien hij het enige kabinetslid is dat door het parlement gekozen is. Hij hoeft dan slechts af te treden, indien de meerderheid het eens is over de keuze van een opvolger. De bondspresident is het staatshoofd en heeft slechts zeer beperkte bevoegdheden. Zijn taken zijn overwegend van representatieve aard. Hij wordt voor vijf jaar gekozen door de bondsvergadering, een college bestaande uit de Bondsdag en een gelijk aantal afgevaardigden, gekozen door de parlementen van de deelstaten en kan één keer herkozen worden. Actief en passief kiesrecht bestaat voor alle staatsburgers vanaf 18 jaar. |
De 16 deelstaten (Länder) hebben elk hun eigen grondwet, regering en volksvertegenwoordiging, de Landtag. Deze kiest een minister-president, die de andere leden van de regering benoemt. In de stadstaten Hamburg, Berlijn en Bremen heeft men in plaats van de Landtag de Bürgerschaft en in plaats van de regering de Senat. De grondwet bakent de bevoegdheden van Bond en deelstaten af. Buitenlandse zaken, nationaliteit, geldwezen, maten en gewichten, spoorwegen, luchtverkeer, octrooi- en auteursrecht zijn aan de Bond voorbehouden. Voorts geldt: ‘Bondsrecht breekt deelstaatrecht’. |
![]() |
Duitse parlement. |
![]() Aangepast zoeken
|