Beelden van Japan
Duitsland in de 19e eeuw : Het rijk der Hohenzollern
Beelden Duitsland

De stichting van het Duitse keizerrijk te Versailles op 18 januari 1871 door Bismarck, waarbij de Pruisische koning Wilhelm I Duits keizer werd, betekende de verwezenlijking van de Duitse nationale verlangens sedert de romantiek. Echter niet in alle opzichten, want door uitsluiting van het Habsburgse rijk (zie Habsburg) was de Groot-Duitse eenheid van de baan. Bovendien was het nieuwe rijk niet een liberale constitutionele monarchie, door de natie zelf gesticht (zoals men in 1848 had gewild), maar een vorstenbond onder Pruisische leiding. Bismarck had zodoende op het nieuwe rijk het stempel van zijn conservatieve conceptie gedrukt; de kroon en de oude feodale bovenlaag bleven de dienst uitmaken en de invloed van de burgerij was in wezen beperkt. Dat conservatieve antiliberalistische karakter van de nieuwe staat bleek minder uit de constitutie als zodanig dan uit de mentaliteit en het hele normenstelsel dat zich nu ontwikkelde, waarbij adel en leger in velerlei opzichten het voorbeeld stelden. Eveneens bracht de nieuwe staat geen volledige oplossing van het centralisatievraagstuk. De afzonderlijke staten bleven met hun vorsten en regeringen bestaan en behielden op cultureel en administratief gebied nog zeer veel zeggenschap, met name Beieren, welks zelfbewustzijn en traditie speciaal moesten worden ontzien.

Doordat het ambt van rijkskanselier meestal samenviel met dat van Pruisisch minister-president (en steeds met dat van Pruisisch minister van Buitenlandse Zaken), ontstond er bovendien nog een zeer ingewikkelde twee-eenheidsverhouding: Rijk – Pruisen, die niet identiek maar toch zeer nauw gelieerd waren. Het buitenlandse beleid en de hoofdlijnen der binnenlandse politiek werden bepaald door de rijksregering, waarbij Bismarck voor de steun van een meerderheid in de Rijksdag wist te zorgen door op ingenieuze wijze de partijen tegen elkaar uit te spelen. Allereerst verbond hij zich vooral met de liberalen, die hij voor zich gewonnen had door zijn succesvolle eenheidspolitiek. Met hun steun trachtte hij na 1871 de culturele invloed van het internationaal georiënteerde katholicisme in Duitsland te breken om een onbetwiste staatshegemonie in culturele en religieuze zaken te vestigen.

Deze Kulturkampf werd na tal van antikerkelijke maatregelen ca. 1878 beëindigd, toen de gematigde Leo XIII paus werd en Bismarck de katholieke centrumpartij weer nodig had.

Inmiddels had Duitsland zich in snel tempo van een agrarisch land tot een industriële maatschappij ontplooid. Industrie en nijverheid vroegen om bescherming en zo maakte Bismarck een zwenking naar een protectionistische koers (zie protectionisme), die hem met de liberalen en hun vrijhandelsbeginselen in conflict bracht. Hij steunde na 1879 daarom op het centrum en de agrarische conservatieven. Daarnaast opende hij een steeds fellere strijd tegen het opkomende socialisme, vooral na de Socialistenwet van 1878. Door sociale verzekeringen trachtte hij het aan de andere kant de wind uit de zeilen te nemen. Toen in 1888 de jonge Wilhelm II de kroon aanvaardde, leidde diens drang tot grote daden al snel tot spanningen met de almachtige kanselier. Diens onverzettelijkheid ten aanzien van de socialisten en het sociale vraagstuk had in 1890 zijn ontslag tot gevolg. Het buitenlandse beleid van Bismarck na 1871 was gekenmerkt door zijn these, dat Duitsland ‘saturiert’ was en dat de vrede gehandhaafd moest blijven. Door een uiterst gecompliceerd systeem van allianties (Triple Alliantie, Duple Alliantie, Driekeizerentente) trachtte hij de doodsvijand Frankrijk te isoleren. Op het Congres van Berlijn (1878) kon een dreigend conflict in de Balkan worden voorkomen.

Bismarck
Bismarck.

De tegenstanders Rusland en Oostenrijk wist hij beide aan Duitsland te binden. Toch bleek na Bismarcks ontslag, dat de Duitse positie allerminst onschokbaar was. Het Frans-Russische bondgenootschap (1892) en de Engels-Franse Entente (1904) waren tekenen aan de wand. De Duitse regeringen na 1890 gaven herhaaldelijk blijk van een verkeerde taxatie der internationale verhoudingen en vooral van een bedenkelijke zelfoverschatting. De enorme economische opbloei en de industrialisatie hadden het land namelijk ca. 1900 een belangrijke positie op de wereldmarkt verschaft, slechts door Groot-Brittannië en de Verenigde Staten overtroffen. De industriële productie verdrievoudigde tussen 1890 en 1914.

Daarmee kwam ook een imperialistisch streven in de politiek op, dat door brede lagen in de burgerij werd gedragen. De vlootbouw onder leiding van Alfred von Tirpitz was hiervan slechts het meest in het oog lopende symptoom, dat tot een breuk met Engeland leidde. In Afrika en Oceanië werd het reeds onder Bismarck ontstane koloniale rijk uitgebreid; in China deed het rijk mee aan de belangenverdeling; door de Bagdadspoorweg trachtte het economisch vat te krijgen op het Nabije Oosten. Dit imperialisme en de uitdagende houding bij tal van internationale spanningen in de jaren na 1900 dreven het rijk in een isolement, waarbij het alleen nog gesteund werd door de innerlijk gedesintegreerde Habsburgse monarchie.

Alfred von Tirpitz
Alfred von Tirpitz.

Toen in de zomer van 1914 het kruitvat in de Balkan explodeerde, zag Duitsland zich dan ook met Oostenrijk geplaatst tegenover een Brits-Frans-Russische alliantie. Het ondervond slechts steun van Turkije en later van Bulgarije. Wel bleek nu de grote militaire kracht van het rijk (zie Eerste Wereldoorlog). De legerleiding slaagde erin door fel offensief optreden de oorlog buiten het land te houden. Diep in Frankrijk en in Polen vond de moordende strijd plaats. Hoewel een democratisering en een echte politieke integratie van burgerij en arbeiders in het keizerrijk met zijn semi-feodale structuur nooit hadden plaatsgevonden, bleek er aanvankelijk een grote nationalistische eensgezindheid en zelfs de socialisten steunden de oorlogskredieten.

De oorlog vergde echter steeds grotere offers, de bondgenoten bleken een blok aan het been en de tegenstanders groeiden aan tot ca. dertig staten, zodat de verwachte snelle overwinning voortdurend uitbleef. Daarmee kwam weer de vraag op naar constitutionele hervormingen, die een einde zouden maken aan de positie van de oude elite. Wel kon in 1918, ook dankzij de Russische Revolutie, Rusland tot de vrede worden gedwongen, maar in de herfst van 1918 – de Verenigde Staten, geprovoceerd, door de onbeperkte onderzeebootoorlog (dat houdt in dat elk schip wordt aangevallen waarvan vermoed wordt dat het voor de vijand vaart), hadden zich inmiddels ook bij de Entente gevoegd – was de toestand aan het westfront uitzichtloos geworden. Weldra volgde de volledige ineenstorting. Een omwenteling maakte snel een einde aan de monarchie en de Republiek werd geproclameerd (9 november 1918).

Aangepast zoeken