Duitsland : Politieke partijen
|
Beelden Duitsland |
De belangrijkste politieke partijen zijn de Sozialdemokratische Partei Deutschlands (SPD) aan de linkerkant van het politieke spectrum en ten rechterzijde de confessionele Christlich-Demokratische Union (CDU) en haar Beierse katholieke zusterpartij de Christlich-Soziale Union (CSU). Deze partijen hebben in de Bondsdag een gezamenlijke fractie. Aan de vooravond van de eerste gezamenlijke parlementsverkiezingen in 1990 fuseerden zowel de CDU als de SPD met hun respectieve zusterpartijen uit de DDR. De liberalen zijn vertegenwoordigd door de Freie Demokratische Partei (FDP) en progressieven van verschillende pluimage door Bündnis 90/Die Grünen. Op deze twee partijen moeten de grote twee tegenwoordig een beroep doen om een meerderheidsregering te kunnen vormen. Bij de verkiezingen in 2002 behaalden Die Grünen het doorslaggevende aantal zetels, zodat de regering van SPD en Die Grünen kon worden geprolongeerd. Ten slotte vertegenwoordigde de Partei des Demokratischen Sozialismus (PDS) in de Bondsdag een deel van de ultralinkse oppositie en teleurgestelde burgers uit de oostelijke deelstaten. Deze partij kwam in 1990 voort uit de Sozialistische Einheitspartei Deutschlands (SED), die in de DDR tussen 1946 en 1990 de oppermachtige socialistische eenheidspartij was. |
In 1998 wist de PDS nog 35 zetels in de Bondsdag te behalen, maar na de verkiezingen van 2002 bleven daar twee van over. De PDS fuseerde in 2008 met Arbeit und Soziale Gerechtigkeit – Die Wahlalternative (WASG) tot Die Linke. Door haar ledental werd de nieuwe partij de derde partij van het land. Die Linke profileerde zich als sterk antioorlogsgezind en als hoeder van de verzorgingsstaat. Bekende partijen met een rechtsextremistische grondslag zijn de Nationaldemokratische Partei Deutschlands (NPD), de Deutsche Volksunion (DVU) en Die Republikaner. Een partij kan pas afgevaardigden sturen naar de Bondsdag, indien zij ten minste 5% van de uitgebrachte stemmen heeft gekregen. Door deze kiesdrempel hebben kleinere partijen veelal geen kans in de nationale politiek door te breken. Zo zijn de rechtsradicale partijen er nooit in geslaagd deze drempel te behalen. |
Bij de vertegenwoordiging van nationale minderheden in deelstaatparlementen wordt wel afgeweken van deze 5%-regel: er is bijvoorbeeld een kleine Deense groep vertegenwoordigd in het parlement van de deelstaat Sleeswijk-Holstein. Na de parlementsverkiezingen op 18 september 2005 (en een verlate verkiezing in Dresden op 2 oktober 2005) waren de in totaal 614 zetels in de Bondsdag als volgt verdeeld: Sozialdemokratische Partei Deutschlands (SPD) 222, Christlich-Demokratische Union/Christlich-Soziale Union (CDU/CSU) 226, Die Grünen 51, Freie Demokratische Partei (FDP) 61, Die Linke 54. Angela Merkel trad op 22 november 2005 als eerste vrouw in de Duitse geschiedenis aan als bondskanselier. Zij was tevens de eerste Oost-Duitse die dit ambt bekleedde. |
![]() |
CDU. |
![]() Aangepast zoeken
|