Duitsland
Duitsland : Landschap
Beelden Duitsland

Duitsland bestaat uit drie grote geografische landschappen: a. het Noord-Duitse laagland; b. het middelgebergte; c. het Alpengebied.

a. het Noord-Duitse laagland is een in de pleistocene ijstijden gevormd landschap. Het gehele gebied heeft een zacht golvende oppervlakte; hier en daar is het geheel vlak. De bodemverheffingen vormen twee groepen: de noordelijkste omvat de zgn. Baltische landrug, een eindmorenegebied, onmiddellijk ten zuiden van de Oostzee, een gebied rijk aan meren en bossen. De tweede verloopt zuidelijker en vormt een krans van oudere eindmorenen vanaf de Beneden-Elbe tot het Katzengebergte. Parallel met deze grote eindmorenegordels loopt ten noorden ervan een zacht golvend, lemig grondmorenegebied en in het zuiden een brede strook onvruchtbare zandgrond (zgn. Sandr), deels met heide bedekt (o.a. Lüneburger Heide). In dezelfde richting verlopen de zgn. oerstroomdalen, tot 20 km brede, vroeger uit veen bestaande stroken, eertijds de bedding van het van de ijskap afstromende smeltwater.

Naar het zuiden toe dringt het laagland met enkele diepe bochten in het middelgebergte door (Middenrijnse laagvlakte, Münsterland, Saksische laagvlakte, Nieder-Lausitz), meestal vruchtbare lössgebieden (voornamelijk de zgn. Magdeburger Börde).

b. Het middelgebergte is geologisch zeer gecompliceerd (zie § 1.4). In het westen begint het bergland met een aantal ketens die door de Rijn vrijwel onder een rechte hoek worden doorsneden: Rijns Leisteengebergte, Eifel, Westerwald (657 m), overgaand in Rothaargebergte en Hunsrück, Taunus (880 m), waarbij aansluiten de Vogelsberg en het Rhörgebergte (950 m).

Verder naar het noorden ligt de Harz (Brocken 1142 m), met ten westen daarvan het Weser Bergland en het Teutoburgerwoud en ten noordoosten de Fläming. Ten oosten van de Rhön verloopt noordwest-zuidoost het Thüringer Woud, aan het zuidoostelijk einde waarvan het Fichtelgebergte een knooppunt vormt met het Ertsgebergte naar het noordoosten, het Oberpfalzerwoud-Bohemerwoud naar het zuidoosten en de Fränkische Alb naar het zuidwesten. Deze laatste vormt geologisch één geheel met de verder zuidwestwaarts lopende Schwäbische Alb; beide worden ten zuiden begrensd door de Donau.

c. Het Alpengebied. Ten zuiden van de Donau stijgt het land geleidelijk en gaat over in het morenegebied van het Alpenvoorland, waarna in het uiterste zuiden

Duitsland : Landschap
Duitsland : Landschap. www.duitslandreizen.com
het bescheiden Duitse aandeel in de Alpen, met name de noordelijke Kalkalpen, volgt, dat tevens de grens vormt met Oostenrijk. Van west naar oost liggen hier de Allgäuer Alpen, de Ammergauer Bergen, als hoogste het steile Wettersteingebergte en de Salzburger Alpen.
Aangepast zoeken