Duitsland : Geologische bouw
|
Beelden Duitsland |
Duitsland heeft een betrekkelijk ingewikkelde geologische bouw. Dit is ontstaan door de gebergtevormingen en bekkenvormingen die sinds het einde van het Precambrium zijn opgetreden. De belangrijkste gebergtevormingsperiode was de variscische orogenese, die tijdens het Carboon plaatsvond. Uit deze tijd stammen de geologische eenheden: Boheems Massief, Ertsgebergte, Thüringer Leisteengebergte, Zwarte Woud, Spessart, Odenwoud, Taunus, Hunsrück, Rheinisches Schiefergebirge, Ruhrgebied, Ardennen en de Harz. In sommige van deze gebieden komen evenwel nog resten van oudere gebergten voor, zoals in het Boheems Massief, het Ertsgebergte, het Zwarte Woud en de Ardennen. De oudste gesteenten in Duitsland komen voor in het Boheems Massief, dat evenwel grotendeels in Tsjechië ligt. Hier zijn precambrische metamorfe gesteenten ontsloten, die tot het zgn. Moldanubicum gerekend worden. |
De ouderdom van de gesteenten is niet goed bekend, maar zij zijn zeker precambrisch. Discordant (zie discordantie) hierop werden paleozoïsche sedimenten afgezet. Tijdens de variscische orogenese werd dit Moldanubicum tezamen met de discordante bedekking nogmaals gemetamorfoseerd. Bovendien intrudeerden in die tijd grote granietlichamen. Deze gesteenten zetten zich ondergronds voort naar het westen en duiken in het Zwarte Woud en de Vogezen weer op, waar zij eveneens tot de Moldanubische zone gerekend worden, die zich nog verder in Frankrijk vervolgen laat. Noordelijk van de Moldanubische zone ligt de Saxo-Thuringische zone, waarin paleozoïsche sedimenten zijn afgezet, die tijdens de variscische orogenese sterk geplooid werden, maar slechts licht gemetamorfoseerd. |
Verder westwaarts behoren ook de Spessart, het Odenwoud en het noordelijk deel van het Zwarte Woud ertoe. In de laatstgenoemde gebieden komen bovendien oudere kristallijne gesteenten aan de oppervlakte. De Saxo-Thuringische zone is een deel van de hercynische geosynclinaal, waarin een belangrijke cambrische en ordovicische sedimentatie plaatsvond. Het Siluur en Devoon is minder dik, terwijl het Carboon van nog minder betekenis is. De plooiing is intensief en er werden daarbij veel leien gevormd, bijv. in het Thüringer Leisteengebergte. Het contact tussen het Moldanubicum en het Saxo-Thuringicum is een breuk waarbij de eerstgenoemde op de andere zone is geschoven. |
![]() |
In het Saxo-Thuringicum komen enkele oudere kristallijne massieven voor, zoals het Münchberger gneismassief en het Fichtelgebergte. In het Ertsgebergte vindt men het granulietmassief. Alle gesteenten in deze massieven zijn zeer hoog metamorf. Daarnaast komen variscische intrusieve granieten voor, zoals de Lausitzer graniet. Tussen de Saxo-Thüringische en de noordelijk daarvan gelegen Rheno-hercynische zone ligt de Middenduitse Rug, een geoanticlinaal in de hercynische geosynclinaal. Hierop vond slechts geringe paleozoïsche sedimentatie plaats. |
![]() Aangepast zoeken
|