Denemarken

Denemarken in de jaren 1945 - 2000

Foto's van Denemarken
27/07/11

Op 5 mei 1945 werd Denemarken bevrijd. De eerste naoorlogse verkiezingen (oktober 1945) brachten de communisten grote winst ten koste van de socialisten, wat de vorming van een liberale minderheidsregering onder leiding van Knud Kristensen tot gevolg had. In 1947 kwam een sociaaldemocratisch minderheidskabinet-Hedtoft aan het bewind, dat na de verkiezingen van 1950 plaats moest maken voor een coalitie van liberalen en conservatieven, met als premier de liberaal Erik Eriksen. Sedert de verkiezingen van 1953 is het land tot 1968 door socialistische kabinetten bestuurd, achtereenvolgens geleid door H. Hedtoft, H.C. Hansen, V. Kampmann en J.O. Krag. In 1968 trad een burgerlijk coalitiekabinet op onder leiding van Baunsgaard, waarna van 1971 tot 1982 de socialisten weer aan het bewind kwamen. Hun leider Krag slaagde erin de toetreding van Denemarken tot de Europese Gemeenschappen te verwezenlijken (referendum 2 oktober 1972). Kort daarna werd hij opgevolgd door A. Jørgensen.

De verkiezingen van december 1973 brachten verlies voor alle gevestigde partijen en winst voor de nieuwe, ‘poujadistische’ partij (zie Pierre Poujade) van de miljonair Mogens Glistrup. Na een minderheidsregering van de liberaal P. Hartling en na nieuwe verkiezingen kwam in februari 1975 opnieuw A. Jørgensen als premier van een minderheidskabinet aan het bewind. Tot 1981 voerde hij een bezuinigings- en belastingpolitiek om de toegenomen economische, sociale en financiële problemen het hoofd te kunnen bieden. In dat jaar werden de sociaaldemocraten echter verslagen door de conservatieven. In 1982 vormde P. Schlüter (conservatieven) een minderheidsregering uit conservatieven, centrumdemocraten en leden van de Christelijke Volkspartij en de rechts-liberale Venstre, die in wisselende samenstellingen, ook na de verkiezingen van 1984, 1987, 1988 en 1990, ondanks verkiezingsnederlagen, als minderheidsregering bleef voortbestaan.

In 1992 zorgde Denemarken voor een crisis in de Europese Gemeenschap toen de Denen in juni (met 50,7% van de stemmen tegen) in een referendum het Verdrag van Maastricht afwezen, waarin de grondslag werd gelegd voor verdere Europese integratie. Als compromis slaagde Denemarken erin van de EG-partners gedaan te krijgen dat het land uitgezonderd bleef van de gezamenlijke Europese munt, van de gezamenlijke defensiepolitiek en van het Europese burgerschap. Op 18 mei 1993 aanvaardden de Deense kiezers met 56,7% van de stemmen vóór het Verdrag van Maastricht. In januari 1993 was een nieuwe, centrum-linkse regering onder de sociaal-democraat Poul Nyrup Rasmussen geïnstalleerd, nadat Schlüter wegens misleiding van het parlement zijn functie had moeten neerleggen. Rasmussen zette het financieel-economische beleid van zijn voorganger voort, gericht op terugdringing van het begrotingstekort. Hiertoe werd de verzorgingsstaat afgeslankt. Door de overheidsfinanciën op orde te brengen, kon Denemarken in aanmerking komen voor deelname aan de Economische en Monetaire Unie (EMU). Gesterkt door de gunstige economische ontwikkelingen vervroegde Rasmussen de parlementsverkiezingen.

Poul Nyrup Rasmussen
Poul Nyrup Rasmussen.
Die vonden plaats in september 1994 en eindigden in een nederlaag voor de regeringscoalitie, maar Rasmussen kon met gedoogsteun van enkele kleine linkse partijen aan het bewind blijven. De eveneens vervroegde parlementsverkiezingen van maart 1998 leverden wel een overwinning (90 van de 179 zetels) op voor Rasmussen. De extreem-rechtse Deense Volkspartij boekte een opvallende winst (7% van het aantal zetels). "Denemarken" © Schriftelijke door en Encarta.
Tilpasset søgning