China : Staatsinrichting
|
Foto's van China |
De grondslagen van de staatsinrichting zijn neergelegd in de grondwet van 1982. Aan deze grondwet waren voorafgegaan het Gemeenschappelijk Programma van 29 september 1949, de grondwetten van 1954, van 1975 en van 1978. De grondwet van 1982 vormt de afsluiting van en de breuk met het 'linkse' tijdperk van Mao Zedong (Mau Tse-toeng). Typerend voor de grondwet is dat het begrip 'klassestrijd' definitief uit het politieke en juridische vocabulaire van de Chinese Volksrepubliek is verbannen. Ook het beproefde marxistisch-leninistische idee van de 'dictatuur van het proletariaat' als basis van de communistische staatsmacht sneuvelde en werd vervangen door de 'democratische dictatuur van het volk'. Volgens de in 1993 veranderde preambule wordt het bestuursprincipe thans aangeduid als 'systeem van meerpartijensamenwerking en politieke consultatie onder leiding van de CCP'. Formeel is China geen eenpartijstaat – naast de communistische partij bestaan er nog andere partijen –, maar in de praktijk is er wel degelijk sprake van een monopoliepositie van de CCP. De vrijheid van organisatie is aan beperkingen onderworpen. |
De nieuwe wet benadrukt de onaantastbaarheid van de 'leidende rol van de partij'; elke vorm van georganiseerde politieke oppositie wordt als een 'antisocialistisch' en 'contrarevolutionair' misdrijf omschreven. Hierdoor heeft de nieuwe rechtsorde van meet af aan achtergelopen bij de maatschappelijke praktijk. Na 1982 werden steeds vaker hervormingen aangekondigd en maatschappelijke verschijnselen toegelaten die volgens de nieuwe rechtsorde als 'antisocialistische' of 'contrarevolutionaire' activiteiten veroordeeld worden. Dat geldt voor de introductie van marktgerichte hervormingen in de economie, voor het instellen van de Speciale Economische Zones en zeker ook voor het toelaten van buitenlandse kapitalistische ondernemingen tot de Chinese economie (via de verruiming van de joint-venture-regels). In 1993 werd de preambule van de grondwet in dit opzicht weer aan de praktijk aangepast. |
Het heet nu dat China zich nog in de 'aanvangsfase van het socialisme' bevindt en op weg is naar een 'socialistische markteconomie'. |
In China wordt nog steeds over modernisering van de rechtsorde gedebatteerd. Centraal in dit debat staan de vijf democratiseringen: 1. de scheiding van partij en staat; 2. de afschaffing van het kadersysteem van de partijstaat; 3. de hervorming van het kiesstelsel; 4. de onafhankelijkheid van de rechtbanken; 5. de juridische regeling van het toezicht op het functioneren van overheidsorganen. Toegegeven wordt dat de economische hervorming zonder politieke modernisering onmogelijk is. De democratisering van de Chinese rechtsorde wordt echter niet alleen geremd door de marxistisch-leninistische visie op het recht, maar ook door de traditionele Chinese rechtsopvattingen. Ondanks de schijn van het tegendeel is er in China geen sprake van een sterke staat. |
![]() |
Chinese overheid. © Beeld Emmanuel Buchot. |
Het staatsgezag wordt vrijwel voortdurend ondermijnd doordat de centrale staatsorganen er niet in slagen nationale regels en beleid door lagere overheden uitgevoerd te krijgen. Veel bedrijven en instellingen zijn geneigd hun eigen lokale regels en bepalingen in te voeren. Met name de grote industriële bedrijven gedragen zich vaak als mini-staten. Het gevolg is een zeer verbrokkelde en tegenstrijdige administratieve wetgeving en een onduidelijke afbakening tussen lokale regels en nationale wetten. |
Het hoogste orgaan van staatsmacht en wetgeving is het Nationaal Volkscongres. Het telt ca. 3000 leden, die voor vijf jaar worden gekozen en eenmaal per jaar bijeenkomen. De afgevaardigden worden gekozen door de provincies, de zelfbesturende gebieden, de stadsgewesten onder rechtstreeks centraal gezag en de strijdkrachten. De bevoegdheden van het Volkscongres werden in de nieuwe grondwet uitgebreid met het toezicht op de naleving van de grondwet en de wetten en met het beslissingsrecht over kwesties van oorlog en vrede. Daarnaast geeft het congres zijn goedkeuring aan het economische beleid van de regering en aan de staatsbegroting. Uit het Volkscongres wordt een Permanent Comité van ca. 150 leden gekozen. Het heeft zeer ruime |
![]() |
Verboden Stad. © Beeld Emmanuel Buchot. |
bevoegdheden, o.a. die om de wet te interpreteren en decreten uit te vaardigen. Bovendien kan het comité onjuiste besluiten van de provinciale besturen, autonome gebieden en direct bestuurde steden intrekken of wijzigen, en beslist het over benoeming en ontslag van leden van de staatsraad (het kabinet). Tevens kan het comité beslissingen nemen over ratificatie en opzegging van verdragen. De voorzitter van het comité bekleedt in velerlei opzichten de positie van staatshoofd. Het hoogste uitvoerende orgaan is de staatsraad. Deze heeft een dubbele functie. Enerzijds vormt hij het uitvoerend orgaan van het Nationaal Volkscongres en het Permanent Comité, en is anderzijds het hoogste bestuursorgaan van de staat. Zitting in de staatsraad hebben de minister-president, de vice-premiers, de ministers en de ministers die aan het hoofd van commissies staan. © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta |
Tilpasset søgning
|