Stad Amsterdam

Geschiedenis van Amsterdam : Verenigde Oost-Indische Compagnie

Beelden Nederland
West-Indische Compagnie

De enorme winsten leidden al spoedig tot de oprichting van een West-Indische Compagnie, waarin Amsterdam evenveel invloed had.

Met het ontstaan van de groothandel hing de behoefte aan een goederenbeurs samen. Nadat tevoren de kooplieden in de Warmoesstraat in de openlucht waren samengekomen, verkregen zij in 1611 hun eerste beursgebouw, dat door Hendrick de Keyser over het Rokin bij de Dam was gebouwd. Behalve goederen werden reeds in de aanvang van de 17de eeuw ter beurze enkele effecten verhandeld, nl. aandelen van de Oost-Indische en West-Indische Compagnie en obligatiën van Holland en van de Generaliteit.

Ongeveer terzelfder tijd was een niet minder gewichtige stedelijke handelsinstelling opgericht, nl. de Wisselbank, die werd ondergebracht in de parterreverdieping van het raadhuis. Opgericht in 1609 met het doel de verwarring in het muntwezen te bestrijden, ontwikkelde deze instelling zich spoedig tot een girobank. De gegevens omtrent de omzet van de Wisselbank

West-Indische Compagnie
West-Indische CompagnieI.

bevestigen de conclusie die ook uit de cijfers van de in- en uitvoerrechten, konvooien en licenten geheten, is te trekken, nl. dat het jaar 1648 voor Amsterdam een economisch hoogtepunt is geweest en dat na een periode van teruggang in ca. 1680 in sommige takken van handel, in het bijzonder in de handel op West-Indië, in de edelmetaal- en in de graanhandel opbloei en expansie zijn waar te nemen, die ook gedurende de eerste decennia van de 18de eeuw nog voortduurden. Daarna liep de conjunctuur iets terug om zich tot het einde van die eeuw op dat lagere niveau te handhaven.

Ook de cijfers van de jaarlijks te Amsterdam binnengelopen zeeschepen verlenen steun aan deze conclusie. In 1662 vielen bijv. 2796 schepen de Amsterdamse haven binnen tegen 3861 in het jaar 1695 en 2184 schepen in 1747. De cijfers van de opbrengsten van de belastingen op de handel, zoals de waagimpost e.d., die niet alleen de buitenlandse handel overzee, maar ook de overlandse benevens de binnenlandse handelsbeweging weerspiegelen, bewijzen echter dat de hernieuwde hoogconjunctuur van het einde van de 17de eeuw niet de gehele bevolking ten goede kwam.

Ook de ongunstige cijfers over deze periode van Vondelingen, gevangenen en opgebrachte bedelaars wijzen hierop, terwijl het volkomen ontbreken van elke economische of sociale hulp voor de grote stroom immigranten het toenemen van de misdaden, vooral tegen het vermogen, in de hand werkte, ondanks de wrede wijze van bestraffing. "Amsterdam" © Schriftelijke door en Encarta