Stad Amsterdam

Amsterdam : Stadsbeeld

Beelden Nederland
Historische ontwikkeling

De oudste kern van Amsterdam ontstond aan weerszijden van dat deel van de Amstel dat na de aanleg van de ‘Dam’ (vóór 1275 voltooid) in open verbinding met het IJ bleef. Dit deel van de Amstel vormde de oudste haven (het huidige Damrak is er een restant van). In 1342 werden de Oude en Nieuwe Zijds Voorburgwal gegraven als verdedigingsgrachten met burgwallen met een houten palissade. Reeds in de loop van de 15de eeuw noopte de groeiende betekenis van Amsterdam als handelsstad tot een vergroting en werd een wijdere grachtengordel gegraven (Singel, Kloveniersburgwal en Gelderse Kade) Er werd toen ook besloten de stad met een stenen muur te versterken; hiervan maakten deel uit de Sint-Antoniespoort, de Schreierstoren en de onderkant van de huidige Munttoren.

Eind 16de eeuw volgde wederom een verlegging van de stadsgrenzen, waardoor deze kwamen te liggen langs Singel-Reguliersdwarsstraat-Amstelstraat-Rapenburgerstraat. Men legde nu wallen met twaalf bolwerken aan.

In 1612 werd besloten tot een groot uitbreidingsplan. Stadstimmerman Hendrick Jacobsz.

Monument van Amsterdam
Monument van Amsterdam. Beeld local-experts.com

Staets en landmeter Lucas Jansz. Sinck ontwierpen de concentrische grachtengordels (Heren-, Keizers- en Prinsengracht). Het plan (met de Buitensingelgracht als begrenzing) werd in de loop van de 17de eeuw uitgevoerd en gaf, met de voortzetting van de grachten aan de overzijde van de Amstel (Nieuwe Heren-, Nieuwe Keizers- en Nieuwe Prinsengracht), aan de stad haar unieke halfcirkelvormige plattegrond. De vanuit het centrum de grachten snijdende radiaalstraten eindigden buiten de toenmalige stadspoorten (bij Haarlemmerplein, Leidseplein, Frederiksplein, Weesperplein) in pleinen die als ‘wagenpleinen’ dienden (rijdend verkeer had in sommige perioden van de Amsterdamse geschiedenis geen toegang tot de stad). Rond de stad werden wallen met 27 bolwerken aangelegd. De stad was tussen 1578 en 1675 gegroeid van ca. 30 000 tot ca. 200 000 inw.

De halfcirkelvormige stad bleek, mede door de economische stagnatie in de 18de eeuw, tot in de 19de eeuw voldoende ruimte te bieden.

Eerst in de tweede helft van de 19de eeuw werden, als gevolg van de economische opbloei en de daarmee samenhangende bevolkingsaanwas, buiten de Buitensingelgracht (Nassau-, Stadhouders- en Mauritskade) nieuwe volkswijken gebouwd: in het zuiden de wijk bekend als ‘De Pijp’, in het westen de Kinker- en de Staatsliedenbuurt en in het oosten de Dapper- en de Indische buurt. Het inwonertal verdubbelde tussen 1850 en 1900 tot 510 800. In 1876 kwam het Noordzeekanaal gereed, waardoor Amsterdams functie als stapelplaats voor Indische goederen weer belangrijk werd. Een diepe ingreep in de structuur van de stad betekende de aanleg van de spoorwegen en vooral de bouw van het Centraal Station (1881–1889), destijds sterk bekritiseerd wegens de afsluiting van het open havenfront;

hierdoor bleef de oude stad echter onaangetast en werd zij niet doorsneden door spoorlijnen zoals vele andere grote steden. "Amsterdam" © Schriftelijke door en Encarta