Stad Amsterdam

Stad Amsterdam : functies

Beelden Nederland
Algemeen

De economische betekenis van Amsterdam berust op de centrumfuncties die de stad vervult, in de industriële en handelssector, maar vooral in de dienstverlening. Een kwart van het aantal arbeidsplaatsen bevindt zich in de industrie, drievierde in de zakelijke en maatschappelijke diensten (inclusief de overheid). Deze verhouding lag in het verleden anders. Amsterdam dankte zijn aanvankelijke economische bloei aan de haven en de daarmee verbonden handels- en overslagactiviteiten. Rond het begin van de 20ste eeuw was de stad uitgegroeid tot het belangrijkste industriële centrum van Nederland. De kern hiervan werd gevormd door de scheepsbouw, scheepsreparatie, metaalnijverheid en de productie van voedings- en genotmiddelen. Daarnaast was de groothandel in tal van (tropische) producten van betekenis.

Na 1945 betekende het wegvallen van de handel met Indonesië een zware slag voor de met de haven verbonden bedrijvigheid. Bovendien leidden de schaalvergroting in de distributie (grotere transportmiddelen, ruimere afzetgebieden) en de daarmee gepaard gaande ruimtebehoefte voor stapel- en opslagactiviteiten tot een trek van de voorraadfuncties in de groothandel naar perifere vestigingspunten.

Foto van Amsterdam
Foto van Amsterdam.

Amsterdam bleef echter een internationaal centrum voor de niet-voorraadhoudende groothandelsactiviteiten in grondstoffen, kapitaalgoederen, elektronica, woninginrichting en textiel (confectiecentrum).

De ‘buitenwaartse beweging’ van economische activiteiten is voor een belangrijk deel opgevangen aan de rand van de stad, waar op de knooppunten van spoorwegnet en wegenstelsel belangrijke nevencentra tot stand kwamen: in de omgeving van het Amstelstation, in Buitenveldert, bij het station Sloterdijk, de omgeving van de RAI, van station Zuid/WTC, de Riekerpolder en in Zuidoost. Hier heeft de groeiende dienstensector nieuwe vestigingsplaatsen gevonden. Toch is het aantal arbeidsplaatsen op het grondgebied van Amsterdam gestaag gedaald, terwijl in de agglomeratie (Diemen, Amstelveen, Purmerend, Weesp, Haarlemmermeer) de werkgelegenheid toenam (tot 1974; daarna viel onder invloed van de veranderde economische situatie de groei weg). De spreiding van het wonen is hiervan een van de belangrijkste oorzaken geweest; ook het inwonertal van Amsterdam liep terug, terwijl dat van de regio toenam. Amsterdam is het ‘hart’ geworden van een stadsgewest, dat zich ver over de traditionele gemeentegrenzen uitstrekt en waarvan de delen op elkaar zijn aangewezen.

In het structuurplan van de gemeente Amsterdam wordt derhalve het ruimtelijk-economisch beleid gericht op het bereiken van voldoende werkgelegenheid ten behoeve van de bevolking en een harmonieuze ontwikkeling van stadshart, stadsrand en daarbuiten gelegen groeikernen. "Amsterdam" © Schriftelijke door en Encarta