Kroatië

Algerije : Mijnbouw

Foto's van Algerije
7/08/11

Reeds voordat in de jaren zestig de productie van aardolie en aardgas alles overheersend werd, waren voorraden ijzererts (Ouenza), koper, zink, lood en zilvererts in exploitatie genomen; de productie van ijzererts is nog steeds belangrijk (1984: 3,6 miljoen ton). Sinds 1960 wordt aan de grens met Tunesië, bij Djebel Onk, fosfaat gewonnen (1984: 1 miljoen ton); de fosfaatproductie wordt voor het grootste deel verwerkt in kunstmestfabrieken te Annaba en Arzew. De Algerijnse bodem bevat voorts o.m. antimoon, uraan, wolfraam, mangaan en kwik. Zout wordt ingedampt uit zeewater, o.m. bij Arzew en Annaba. In het Ahaggargebergte is diamant aangetroffen. De winning van bodemschatten was een staatsmonopolie, uitgeoefend door SONAREM (de Société Nationale de Recherches et d’Exploitation Minières), die inmiddels door zes verschillende privé-ondernemingen is opgevolgd.

In 1987 bedroeg de productie van ruwe aardolie ruim 550 000 vaten per dag. De reserves zouden op het huidige productieniveau voldoende zijn tot het jaar 2010. In 1969 sloot Algerije zich aan bij de OPEC en zette de regering een eigen organisatie op om de aardoliebelangen van het land te behartigen: de Société Nationale pour la Recherche, la Production, le Transport, la Transformation et la Commercialisation des Hydrocarbures (SONATRACH). Na ernstige geschillen met Frankrijk kwam in 1971 een overeenkomst met dat land tot stand, waarbij SONATRACH een meerderheidsbelang van 77% verwierf in de aardolieproductie en -verwerking (voordien 31%), alsmede een 100%-belang in de aardgasindustrie. Tegen betaling konden buitenlandse ondernemingen deelnemen. Na de enorme prijsstijgingen in 1973 en 1978–1979 zakte de aardolieprijs in de jaren tachtig in.

Overschotten op de aardoliemarkt veroorzaakten een grote prijsval in 1986. Sinds dat jaar moedigt de regering joint ventures bij aardolie-exploitatie aan. Volgens de OPEC-afspraken van 1988 kreeg Algerije een quotum toegewezen, waardoor de productiecapaciteit maar voor de helft zou worden gebruikt. In 1996 produceerde Algerije ruim 800 000 vaten per dag; meer dan het OPEC-quotum van 750 000 vaten per dag. In 1995 bedroeg de totale waarde van de olie- en gasexport ruim 8 miljard dollar. De begrote waarde voor 1999 is ruim 12 miljard dollar.

Grote raffinaderijen bevinden zich te Arzew en Skikda. Het beleid is er op gericht de eigen raffinagecapaciteit aanzienlijk te vergroten. In 1996 hadden de Algerijnse raffinaderijen een capaciteit van zo’n 590 000 vaten per dag.
Algerije : Mijnbouw
Algerije : Mijnbouw. Beeld columbusmagazine.nl
Enorme aardgasvelden werden o.m. ontdekt bij Hassi R’mel en Hassi Messaoud; de reserves worden geschat op 3000 miljard m3 en de jaarlijkse productie (in 1971 nog 13,5 miljard m3) liep op tot 120 miljard m3 (1986), waarmee Algerije het belangrijkste aardgasexporterende land ter wereld is. Belangrijke meerjarige leveringscontracten zijn reeds afgesloten met de Verenigde Staten en een aantal West-Europese staten, waaronder Nederland en België. Het aardgas wordt via de Trans Med. gasleiding naar Italië getransporteerd en over water naar Zeebrugge. Eind 1996 produceerde Algerije ruim 65 miljard m3 gas. In dit tempo zou de gasvoorraad over ruim 50 jaar zijn uitgeput. In april 1989 kwam Algerijes eerste kernreactor gereed. De Algerijnse regering benadrukte de vreedzame doelen van de reactor. "Algerije," © Schriftelijke door en Encarta
Tilpasset søgning