Zuid-Afrika

Geschiedenis van Zuid-Afrika : Machtsoverdracht (1988–1999)

Foto's van Zuid-Afrika
10/08/11

Internationaal begon het apartheidsbeleid onder steeds heviger kritiek te staan. De EU-landen, de Verenigde Staten en Japan gingen over tot economische sancties (o.a. olieboycot) tegen Zuid-Afrika. Het verbod op vreedzame oppositie tegen de apartheid, in 1988 afgekondigd, riep een storm van internationale protesten op. Intussen laaide in Natal de strijd tussen de rivaliserende zwarte groeperingen ANC (vnl. Xhosa) en de Inkatha-beweging van Buthelezi (vnl. Zoeloe) weer op. Begin 1989 trad Botha om gezondheidsredenen als premier terug. Hetzelfde jaar moest hij ook het presidentschap opgeven. In beide functies werd hij opgevolgd door Frederik Willem de Klerk. De Klerk betoonde zich een voorstander van een systeem dat voorzag in een politieke vertegenwoordiging van alle Zuid-Afrikanen. Op 2 februari 1990 kondigde hij een reeks belangrijke hervormingen aan, zoals de legalisatie van zwarte politieke partijen en organisaties, waaronder het ANC en het PAC, en de onvoorwaardelijke vrijlating van Mandela. Er vonden voor het eerst besprekingen plaats tussen regering (De Klerk) en ANC (Mandela).

In 1991 werden de laatste apartheidswetten afgeschaft, o.a. die op de bevolkingsregistratie, die bepaalde dat alle Zuid-Afrikanen bij hun geboorte naar ras werden ingedeeld. In september 1991 tekenden De Klerk, Mandela en Buthelezi samen met 23 andere organisaties een nationaal vredesakkoord, waarin de partijen zich o.m. verplichtten het geweld in te perken. Desondanks nam de gewelddadige rivaliteit tussen m.n. ANC-leden en de Zoeloe van Inkatha-leider Buthelezi niet af. Vooral in Natal en in de stedelijke gebieden in Transvaal (o.a. Soweto) vielen veel slachtoffers. De inspanningen van De Klerk en Mandela om op een voor de blanke bevolking acceptabele wijze tot een zwarte meerderheidsregering te komen, leidde in 1993 tot de toekenning van de Nobelprijs voor de vrede aan beiden.

Het hervormingsbeleid van president De Klerk leidde tot de stapsgewijze opheffing van de vanaf 1985 door de EG afgekondigde economische sancties tegen Zuid-Afrika. Nadat de EG in december 1990 al een einde had gemaakt aan het investeringsverbod voor Europese bedrijven in Zuid-Afrika, werden in april 1991 de beperkingen op de invoer van ijzer, staal en gouden Krugerrand uit Zuid-Afrika opgeheven. In april 1992 hief de EG de olieboycot (vanaf 1985 van kracht) op, alsmede de sportboycot en het verbod op wetenschappelijke en culturele contacten met Zuid-Afrika. In maart 1993 maakte De Klerk bekend dat Zuid-Afrika einde jaren zeventig kernwapens had ontwikkeld en geproduceerd. Blijkens zijn verklaring waren alle kernwapens ontmanteld vlak na zijn ambtsaanvaarding in 1989. Na de onafhankelijkheidsverklaringen van Angola, Mozambique (1975) en Zimbabwe (1980) trachtten deze landen met behulp van westerse steun hun economische afhankelijkheid van Zuid-Afrika te verminderen. Zuid-Afrikaanse troepen voerden direct of indirect acties uit op het grondgebied van zowel Zimbabwe als Mozambique. In Angola vochten Zuid-Afrikaanse troepen regelmatig tegen de SWAPO, de bevrijdingsbeweging van Namibië die een basis had in Angola, maar tevens tegen de MPLA-regering van Angola. Zij steunden bijv. de UNITA, een van de bevrijdingsbewegingen uit de Angolese koloniale periode, die zich na de onafhankelijkheid tegen het nieuwe regime keerde.

president De Klerk
President De Klerk
Over de zelfstandigheid van Namibië werd in de loop van de jaren tachtig onderhandeld, hetgeen ten slotte leidde tot de onafhankelijkheidsverklaring van dat land op 21 maart 1990. Zuid-Afrikaanse troepen trokken zich uit Namibië terug. De Walvisbaai-kwestie werd in september 1993 opgelost toen Zuid-Afrika erin toestemde het gebied per 1 maart 1994 aan Namibië te zullen overdragen.

Tot de verkiezingen van april 1994 bleef de regering van president De Klerk aan, maar zij moest elk besluit voorleggen aan de Uitvoerende Overgangsraad (UOR), waarin 19 partijen zitting hadden. Het Afrikaner Volksfront (AVF, een verband van blanke conservatieve partijen), de Inkatha Freedom Party (IFP) en de regering van het thuisland Bophuthatswana, samenwerkend in de Freedom Alliance, weigerden zitting te nemen in de UOR, omdat zij van mening waren dat de interimgrondwet te weinig bevoegdheden aan de regio's had toegekend. Bij een opkomst van 87% behaalde het ANC ruim 62% van de stemmen, De Klerks Nasionale Party ruim 20% en Inkatha iets meer dan 10%. Ook regionaal werd het ANC de grootste partij. Alleen in Kwa-Zulu Natal en in de Westkaap eindigden respectievelijk de IFP en de Nasionale Party als eerste. President werd Nelson Mandela, met als vice-presidenten De Klerk (NP) en Thabo Mbeki (ANC). Mandela’s programma voorzag o.a. in de bouw van een miljoen huizen in vijf jaar tijd en verbeteringen in het onderwijs en de gezondheidszorg. Alle internationale sancties tegen Zuid-Afrika werden opgeheven en in juni 1994 nam de Zuid-Afrikaanse delegatie haar zetels in de VN weer in, die sinds 1976 onbezet waren gebleven.

"Zuid-Afrika," © Schriftelijke door en Encarta

Tilpasset søgning