Zuid-Afrika

Geschiedenis van Zuid-Afrika : 1998

Foto's van Zuid-Afrika
10/08/11

In maart 1998 veroorzaakte een uitgelekt rapport van leger-stafchef G. Meiring grote opschudding. Hierin stond dat enkele nieuwe, zwarte legergeneraals, samen met o.a. Winnie Mandela, de zittende regering omver zouden willen werpen. Nelson Mandela, die direct een commissie het rapport op zijn waarheid liet onderzoeken, zei te vermoeden dat voorstanders van de apartheid binnen het leger achter het rapport zaten om verdeeldheid te zaaien in ANC-kringen. In december 1998 publiceerde de Waarheids- en Verzoeningscommissie (TRC) een 3000 pagina's tellend rapport over het politieke geweld in de periode tussen 1960 en 1994. Op grond van eigen onderzoek en verklaringen van zowel plegers van politiek geweld als 20 000 slachtoffers (van wie 2000 in het openbaar getuigden) concludeerde de commissie dat in de onderzochte periode 9000 mensen om politieke redenen waren vermoord. Grootste boosdoeners waren leden van de Inkatha Freedom Party (IFP), nog altijd geleid door minister van Binnenlandse Zaken Mangosuthu Buthelezi. Zij zouden 4500 moorden op hun geweten hebben, vooral gepleegd in KwaZulu-Natal. 2700 mensen waren omgebracht door toedoen van de Zuid-Afrikaanse politie, en 1300 door het ANC.

Op de valreep probeerde het ANC vergeefs de publicatie van het rapport te voorkomen, omdat de partij beticht werd van 'grove schendingen' van de mensenrechten, vooral begaan tegen vermeende verraders en informanten. De voorzitter van de TRC, ex-aartsbisschop Desmond Tutu, toonde zich teleurgesteld over de houding van het ANC. Ex-president De Klerk eiste dat passages werden geschrapt waarin stond dat hij in zijn regeertijd op de hoogte was van politiek geweld dat gepleegd was door de veiligheidstroepen. Hij werd door de rechtbank in het gelijk gesteld. Oud-president P. W. Botha, die volgens het rapport tijdens zijn regeerperiode 'de grenzen van de criminaliteit verkende', werd in de zomer veroordeeld tot één jaar voorwaardelijk en 10 000 rand boete wegens zijn weigering voor de TRC te verschijnen.

In mei vernietigde het Hooggerechtshof de collectieve amnestie die de TRC had verleend aan 37 ANC-leiders, onder wie Thabo Mbeki, vice-president en beoogd opvolger van Mandela. De leiders hadden niet individueel en niet in het openbaar hun verklaringen afgelegd, aldus het Hof, waardoor de amnestie een wettelijke grondslag miste. Eind 1998 begonnen de voorbereidingen op de verkiezingen van 1999. De vertrekkende president Mandela zei te hopen, dat het ANC tweederde van de stemmen zou krijgen. Het Zuid-Afrikaanse parlement keurde in zijn laatste volledige zittingsjaar 132 nieuwe wetten goed, waarvan de meeste een eind beoogden te maken aan de onrechtvaardigheid van de apartheidstijd. Sommige wetten waren omstreden, zoals de Wet op gelijke mogelijkheden, die stringente voorrang gaf aan niet-blanken bij promoties en vacatures, en boetes in het vooruitzicht stelde aan bedrijven die geen afspiegeling van de bevolking vormden.

Zuid-Afrika bleef zich ook onder het ANC-bewind mengen in de binnenlandse gelegenheden van zijn buurstaten. Na een muiterij onder een groot deel van het leger van Lesotho en na een verzoek om hulp van de regering aan de Southern African Development Community (SADC), trok in september een troepenmacht van 600 Zuid-Afrikaanse en – later – Botswaanse soldaten naar Lesotho om 'de wettig gekozen regering' te steunen. In vier dagen van gevechten en volkswoede kwamen ten minste 68 mensen om het leven, en werd grote schade

Thabo Mbeki
Thabo Mbeki.
aangericht door brand en plundering, vaak gericht tegen Zuid-Afrikaanse bezittingen in Lesotho. De actie, die herinneringen opriep aan militaire interventies in Lesotho in de tijd van de apartheid, oogstte ook in het buitenland veel kritiek. Het directe besluit voor de aanval werd genomen door vice-president en minister van Binnenlandse Zaken, Buthelezi, die president Mandela verving tijdens diens verblijf in het buitenland. Aanleiding vormden de verkiezingen in Lesotho in mei, waarbij volgens de oppositie en rebellerende militairen op grote schaal was gefraudeerd. Nadat een deel van de rebellen hun wapens had ingeleverd, werd de Independent Policy Authority (IPA) opgericht, die nieuwe verkiezingen moest voorbereiden voor begin 2000.
Op 2 juni 1999 werden voor de tweede maal sinds de afschaffing van de apartheid vrije verkiezingen gehouden; 66% van de kiezers nam deel. Ze werden gewonnen door het ANC. Hiermee was de benoeming van Thabo Mvuyelwa Mbeki als de nieuwe president van Zuid-Afrika verzekerd. Een week later werd hij in aanwezigheid van 3000 gasten, waaronder 30 buitenlandse presidenten, beëdigd. In de nieuw gevormde regering bleef Mangosuthu Buthelezi, van de Inkatha-partij, minister van Binnenlandse Zaken. ANC-vice-voorzitter Jacob Zuma werd de nieuwe vice-president. "Zuid-Afrika," © Schriftelijke door en Encarta
Tilpasset søgning