Wenen

Wenen : Wereldlijke bouwkunst

Beelden Wenen
Overzicht van de architectuur in Wenen

Allereerst is te noemen de keizerlijke Hofburg, lang residentie van de Habsburgers, die in de loop der eeuwen steeds is vergroot. De kern was een 13de-eeuwse, met vier torens versterkte binnenhof (thans Schweizerhof). In de 15de eeuw werd de Burgkapelle gebouwd (thans concertzaal), in de 16de eeuw de Amalienburg (keizerlijke appartementen) en de Stallburg, in de 17de de zgn. Leopoldinische Trakt (keizerlijke appartementen), in de 18de eeuw de zgn. Reichskanzleitrakt (keizerlijke appartementen), de Reitschule (door Josef Fischer von Erlach) en de Hof- (thans National)bibliothek (1723–1726; ontworpen door J.B. en J.E. Fischer von Erlach) met barokke koepelzaal, in de 19de–20ste eeuw ten slotte de Neue Hofburg (1881–1908; door Gottfried Semper; thans museum). Een deel van de vroegere keizerlijke appartementen is intact gebleven en voor het publiek toegankelijk.

Van de vele andere paleizen zijn te noemen: Lobkowitz (1685–1687, met ingangspartij van J.B. Fischer von Erlach, 1709–1711), Schwarzenberg (1697–1723; J.L. von Hildebrandt en J.B. Fischer von Erlach), Starhemberg (tweede helft 17de eeuw), Kinsky (1713–1716; von Hildebrandt). Beroemd is de fontein Donnerbrunnen (1737–1739; R. Donner). De interessantste 19de-eeuwse bouwwerken zijn het parlementsgebouw (1873–1883), ontworpen door de Deen Theophil Hansen, het Neues Rathaus (1872–1883) van Friedrich von Schmidt, het nieuwe Burgtheater (1874–1888), naar plannen van G. Semper gebouwd door Karl Hasenauer, de Hofoper van Edward van der Nüll en August Sicard von Sicardsburg en het nieuwe universiteitsgebouw (1873–1883) van Heinrich von Ferstel. Een fraai voorbeeld van Jugendstil is het tentoonstellingsgebouw Sezession (1897–1898) door Joseph Olbrich; het Postsparkassenamt (1904–1906) van O. Wagner tendeert naar de zakelijkheid van

Architectuur in Wenen
Architectuur in Wenen. Beeld Sedmak

kubistische architectuurvormen, een zakelijkheid die door Adolf Loos in het Loos-Haus (1910) geheel is doorgevoerd. Hij bouwde ook het Haus Steiner (1910).

Het expressionisme van tussen de beide wereldoorlogen manifesteert zich in het gebouw van het crematorium (1923) van Clemens Holzmeister en in het grote woonblok Karl-Marx-Hof (1927–1930; Karl Ehn). Na de verwoestingen tijdens de Tweede Wereldoorlog bouwde Karl Appel o.a. het gebouw van de Steyrwerke in staal en glas; de Stadthalle (1954–1958) van Roland Rainer is een complex voor feestelijke en sportmanifestaties. Het UNO-City-complex (1973–1979), aan de rand van het Donaupark (met 252 m hoge Donau-Turm), is ontworpen door Johann Staber. Tegenover de Stephansdom staat sinds 1990 het postmoderne Haas-Haus van Hans Hollein. In het zuidelijk deel van Wenen bevindt zich het tweede beroemde kasteel van de stad, Schönbrunn, met in het park de Gloriette (1765), een 95 m lange en 19 m diepe zuilenhal door Ferdinand von Hohenberg, voorts de Wagenburg (rijtuigmuseum) en de dierentuin.

Van de voormalige paleizen en residenties, door de adel destijds buiten de stad gebouwd, is de Belvedere de belangrijkste, gebouwd voor prins Eugenius, die de Turken overwon, door von Hildebrandt en bestaande uit zomerresidentie (Unteres Belvedere, 1714) en feestgebouw (Oberes Belvedere, 1721; beide huisvesten thans musea). Het bekendste park is de Prater (van Lat. pratum = weide), het voormalig keizerlijk jachtgebied, met o.a. het 67 m hoge ‘reuzenrad’ uit 1897, het planetarium en het Pratermuseum. "Wenen"© Schriftelijke door en Encarta