Zuid-Afrika

Planten en vegetatie in Zuid-Afrika

Foto's van Zuid-Afrika
9/08/11

De plantengroei vertoont een sterke afwisseling door de grote verschillen in de neerslag, die van oost naar west afneemt, en door de verdeling van de neerslag over het jaar. Ook variatie in hoogte en bodemgesteldheid speelt hierbij een rol. De Fijnbosstreek in het zuidwesten, ten zuiden van de lijn Olifantsrivier-Port Elizabeth, heeft een uitzonderlijk rijke flora, met duizenden endemen (= alleen daar voorkomende soorten); dit gebied is door de oceanen, woestijnen en bergen geïsoleerd van de rest van het continent. Dit kleine gebied staat plantengeografisch zo apart dat het een van de zes florarijken van de aarde omvat: Capensis. De overige delen van Zuid-Afrika zijn vnl. begroeid met graslanden, savannen, steppen en woestijnen. Slechts minder dan 0,5% van de totale oppervlakte bestaat uit bos. Het grootste bosgebied ligt rondom Knysna in het zuiden. Hier vindt men altijdgroen loofbos met o.m. Podocarpus-soorten tot 50 m hoog, Olea laurifolia en de Kaapse beuk (Myrsine melanophloeos).

Subtropisch bos komt in het oostelijk deel voor, met o.m. Albizzia-soorten en ook palmen, zoals een dadelpalm (Phoenix reclinata). Op de oosthellingen van de Drakensberge in gebieden met hoge neerslag en hoge luchtvochtigheid treedt montaan bos op. Graslanden en savannen komen voor in gebieden met regenval in de zomer, behalve de grazige savannen in het zuidoosten waar voor- en najaarsregens optreden. De savannen tonen alle denkbare overgangen tussen bosachtige graslanden via parklandschappen naar boomsteppen met verspreide bomen. Karakteristiek zijn de vele Acacia-soorten, in Zuidwest-Transvaal en Oranje Vrystaat o.a. A. giraffae en A. karroo. In de drogere gebieden treden Aloë- en Euphorbia-soorten op. Algemene grassen zijn o.a. Themeda, Chloris, Panicum, Setaria, Pennisetum en Rhynchelytrum.

Waar de neerslag lager is dan 400 mm per jaar, vooral in de westelijke delen, komen steppeachtige woestijnen (Kalahari) voor. In de droogste streken van de Karroo groeien tot 2 m hoge dwergstruikjes met schubachtige blaadjes, en vele soorten van het vetplantengeslacht Mesembryanthemum. Waar de neerslag wat hoger is, zijn Pentzia-soorten kenmerkend. In de regenperioden kunnen hier eenjarige grassen tijdelijk de struiken overwoekeren. Een eigenaardige soort in de westelijke woestijngebieden is Welwitschia mirabilis.

Hydrografie

Vanaf de regenrijke oostrand van de Drakensberge

vegetatie in Zuid-Afrika
Vegetatie in Zuid-Afrika. opreisgids.nl
lopen korte rivieren met veel stroomversnellingen naar zee: Tugela, Grote Kei-, Grote Vis- en Zondagrivier met Zondagdam In Zuid-Afrika wordt met de naam Dam niet de stuwdam zelf maar het stuwmeer aangeduid. In het zuiden komen Dwyka en Garuka, brontakken van de Gouritsrivier, vanuit de Grote Karroo. Zij hebben nauwe doorbraaksdalen in de Zwarte Berge gevormd, die echter, gezien de huidige geringe waterhoeveelheid, waarschijnlijk reeds uit een vroegere, vochtiger periode moeten stammen. De Gourits doorbreekt de Lange Berge in een nauwe poort. Vanaf de Drakensberge stroomt de Oranjerivier met een aantal zijrivieren, o.a. Vaal en Modderrivier, naar het westen. Vaaldam, Kalkfonteindam en Oranjedam en andere hebben vooral betekenis voor irrigatie. In het droge westen heeft de Oranjerivier geen zijrivieren meer, de waterstand is hier zeer wisselvallig. Over harde gesteenteranden komen veel watervallen voor, zoals de ruim 100 m hoge Augrabiesvallen, van hieraf stroomt de Oranjerivier door een nauwe kloof. In het noordoosten is de Witwatersrand waterscheiding tussen de Vaal en de grensrivier Limpopo. "Zuid-Afrika," © Schriftelijke door en Encarta
Tilpasset søgning