Chinese economie : Veehouderij, bosbouw en visserij
|
Foto's van China |
De grote aandacht die eeuwenlang is geschonken aan de akkerbouw, is ten koste gegaan van de ontwikkeling in de veehouderij. De veehouderij is dan ook van ondergeschikt, maar van toenemend belang. Van het landbouwgebied is 55% grasland. Sinds 1979 groeit de veehouderij sneller dan de akkerbouw. Grootvee (o.a. koeien, paarden, buffels, jaks) wordt vnl. geweid op de enorme grassteppen die zich uitstrekken van de noordoostelijke vlakte via Binnen-Mongolië tot het westen en zuidwesten. De in geheel China meest voorkomende vorm van veehouderij is de fokkerij van kleinvee, m.n. varkens (China heeft de grootste varkenshouderij ter wereld). Tussen 1949 en 1994 zou de veestapel ongeveer zijn vervijfvoudigd (van 160 miljoen naar 778 miljoen stuks vee), terwijl in het laatstgenoemde jaar 1,3 miljard stuks pluimvee werden gehouden, vrijwel uitsluitend op de eigen grond van de boeren. Het meeste vee in China doet dienst als last- en trekdier; de meeste Chinezen eten vrijwel geen zuivelproducten. |
De belangrijkste bosgebieden liggen in het noordoosten. Tungolie en teakhout zijn de voornaamste producten. Door vele eeuwen roofbouw is grote schade toegebracht aan het bosbestand. Sinds 1949 is ca. 86 miljoen ha land herbebost. Slechts een derde hiervan heeft het echter overleefd. Het totaal beboste areaal bedraagt 128 miljoen ha (13,4% van China). De overheid heeft zich ten doel gesteld in het jaar 2000 de bosoppervlakte vergroot te hebben tot 20% van de totale oppervlakte. De visserij wordt intensief beoefend op de meeste binnenwateren en langs nagenoeg de hele kust. © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta |
![]() |
Vissen in China. © Beeld Emmanuel Buchot. |
Tilpasset søgning
|