Turkije in de jaren 90
|
Foto's van Turkije |
Bij de parlementsverkiezingen van 1991 werd de Partij van het Juiste Pad van Demirel de grootste partij. Deze vormde een coalitie met de Sociaal-Democratische Populistische Partij van prof. Erdal Inönü. Bij de verkiezingen had voor het eerst de Koerdische kwestie een belangrijke rol gespeeld; Koerden in het oosten van het land verzetten zich steeds meer tegen het centrale gezag in Ankara. De marxistische Koerdische Arbeiderspartij (PKK) van Abdullah Öcalan begon met een reeks aanslagen, die steeds meer het karakter van een guerrilla ging aannemen. Bovendien werd de Koerdische kwestie actueel door de tienduizenden Koerdische vluchtelingen uit Irak, die in 1988 en 1991 naar Oost-Turkije kwamen. De overheid besloot enerzijds de PKK hard te bestrijden, maar anderzijds concessies te doen op het gebied van de Koerdische taal, enz. |
Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie knoopte Ankara nauwe banden aan met de Turks sprekende voormalige sovjetrepublieken (Azerbeidzjan, Turkmenistan, Oezbekistan, Kazachstan, Kirgizië). President Özal overleed in april 1993; Demirel volgde hem op. Premier werd de econome Tansu Çiller, de eerste vrouwelijke premier van het land. De regering van Çiller – een coalitie van haar Partij van het Juiste Pad (DYP) en de kleinere Sociaal-Democratische Populistische Partij (SDHP) – bleek niet opgewassen tegen de economische problemen van het land. De begroting voor 1994 vertoonde een financieringstekort van ongeveer 10% van het bnp, waardoor de koers van de lira zwaar onder druk kwam te staan en de inflatie opliep tot boven de 100%. |
De strijd tegen het onafhankelijkheidsstreven van de Koerdische bevolking in het zuidoosten van het land verhevigde in 1994 en 1995. De aldaar gelegerde strijdmacht werd tot 150 000 man uitgebreid en het aantal acties tegen de gewapende opstandelingen van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) nam toe. Hierbij vielen duizenden slachtoffers, ook onder de burgerbevolking. Koerdische verzetsstrijders pleegden een groot aantal aanslagen om toeristen af te schrikken en zo de economische problemen te vergroten. De schending van democratische beginselen en mensenrechten stond voorlopig het door Turkije zo gewenste lidmaatschap van de Europese Unie in de weg. Strubbelingen binnen de regeringscoalitie leidden in september 1995 tot de val |
![]() |
Premier Erbakan. |
van het kabinet-Çiller en tot vervroegde parlementsverkiezingen in december, waarbij de fundamentalistische Welvaartspartij (RP) van Neçmittin Erbakan als sterkste uit de bus kwam. De coalitie van Moederlandpartij en Partij van het Juiste Pad viel al snel, waarop een nieuwe coalitie werd gevormd van Partij van het Juiste Pad en Welvaartspartij; Erbakan werd premier (1996). Premier Erbakan probeerde een dialoog te beginnen met de PKK, wat hem op een scherpe reprimande kwam te staan van het leger, dat elke concessie aan de PKK onaanvaardbaar achtte. Het leger, dat zichzelf als hoeder van de seculiere erfenis van Atatürk beschouwde, oefende ook druk uit op de partij van Çiller om islamisering van de overheid te voorkomen. Nadat een aantal DYP-parlementariërs was overgelopen naar andere partijen, verloor de coalitie haar meerderheid en moest Erbakan aftreden (1997). |
Ook het daarop gevormde kabinet onder leiding van Mesut Yilmaz (Moederlandpartij) viel voortijdig. Na verkiezingen in 1999 kwam Bülent Ecevit wederom aan de macht; hij werd premier van een coalitie van zijn DSP, de Moederlandpartij en de nationalistische MHP. In april 1998 was een grootschalig offensief ingezet tegen de PKK, nabij de grens met Irak. Een staakt-het-vuren van de PKK werd genegeerd. Even dreigde een militaire confrontatie met Syrië over de steun van dit land aan de PKK, onder meer in de vorm van trainingsfaciliteiten en onderdak aan Öcalan. Syrië besloot echter 3000 PKK-strijders uit te wijzen, onder wie Öcalan. In 1999 werd hij in Kenia ontvoerd, overgebracht naar Ankara en ter dood veroordeeld. |
![]() |
Mesut Yilmaz. |
De straf werd echter uitgesteld, mede door zware druk van de EU die afschaffing van de doodstraf als voorwaarde voor een eventueel lidmaatschap stelde. Op 17 augustus 1999 vielen bij een zware aardbeving in het noordwesten van Turkije zeker 15 000 doden. Griekenland kwam Turkije onmiddellijk rechtstreeks te hulp en steunde het EU-voorstel voor een grootschalig hulpprogramma. Begin oktober kondigde de Griekse regering aan dat het land niet langer het Turkse lidmaatschap van de EU in de weg zou staan, hetgeen de weg vrij maakte voor eventuele toetredingsonderhandelingen. © Emmanuel Buchot en Encarta. |
Tilpasset søgning
|