Engeland : De Stuarts en de Burgeroorlog
|
Beelden Engeland |
Bij de dood van Elizabeth (1603) was de Tudordynastie uitgestorven. Zij werd opgevolgd door een overtuigd absolutist, Jacobus I Stuart (1603–1625), die reeds koning van Schotland was. Tijdens zijn bewind groeide de spanning tussen het Hof en de Country door godsdienstige, financiële en politieke conflicten. Het gunstelingenbewind (Buckingham) deed afbreuk aan het respect voor de kroon. Onder Karel I (1625–1649) kwam het tot een openlijk conflict: de Engelse Burgeroorlog, waarin Oliver Cromwell voorlopig aan het langste eind trok. De scheidslijn tussen de twee partijen in de burgeroorlog is moeilijk te trekken. De oorlog verdeelde eerder de sociale groeperingen dan dat hij ze tegenover elkaar stelde. De economische opkomst van de gentry in de laatste eeuw was niet zonder betekenis. Haar toenemende politieke macht weerspiegelde zich in het grote aantal zetels in het Lagerhuis. |
De gentry maakte in deze periode, in samenwerking met de juristen (de common lawyers), het Lagerhuis politiek belangrijker dan het Hogerhuis. De ‘crisis’ van de aristocratie, de hoge adel, hield meer een politieke dan economische achteruitgang in: oude machtsposities en bestuursfuncties waren reeds tijdens de Tudors ten dele in handen van de gentry overgegaan. De zege van Cromwell over de koning, die terechtgesteld werd, bracht na een strijd tussen leger en parlement (independenten-presbyterianen) voor Engeland de militaire dictatuur. Engeland kreeg onder Cromwell voor het eerst, maar ook voor het laatst een geschreven grondwet. Slechts één parlement voor Engeland, Schotland en Ierland oefende de wetgevende macht uit (het zgn. Unie-parlement). Na Cromwells dood (1658) regeerde zijn onbekwame zoon Richard nog twee jaar. Encarta |
![]() Aangepast zoeken
|