India
Spanje : Dictatuur, Tweede Republiek en burgeroorlog (1923–1939)
Beelden Spanje

Spanje werd een dictatuur, enigszins naar het voorbeeld van het fascistische Italië. Pogingen om een massapartij van de grond te krijgen mislukten en het bewind van Primo bleef een tijdelijk karakter behouden. De Cortes was ontbonden, persvrijheid en andere burgerlijke vrijheden werden opgeheven, de arbeidersbeweging werd zeggenschap ontnomen, het bestuur gecentraliseerd, Catalonië ook cultureel onderdrukt. De infrastructuur van Spanje werd verbeterd. In Afrika werd in samenwerking met Frankrijk Marokko volledig onderworpen. De oppositie tegen het regime nam vanaf 1929 van alle kanten toe en had een gemeenschappelijke republikeinse noemer. In januari 1930 trad de dictator af. Hij werd vervangen door generaal Berenguer. Na gemeenteraadsverkiezingen in april 1931, waarin alle grote steden republikeins stemden, verliet Alfons XIII het land. Zonder bloedvergieten was Spanje een republiek geworden.

De Tweede Spaanse Republiek (1931–1939) kreeg een progressief democratische grondwet. De behoudende Alcalá Zamora werd president en Manuel Azaña, leider van de Acción Republicana, premier. Hij zou de belangrijkste politicus van de republiek worden. Frankrijk was in veel opzichten het voorbeeld voor de republikeinen. Een antiklerikaal programma, met lekenonderwijs en scheiding van kerk en staat, kwam snel tot stand. Een statuut dat Catalonië autonomie met een eigen regering gaf, werd in 1932 door de Cortes aanvaard. In 1936 volgde een Baskisch statuut. Een agrarische wetgeving en politiek die het grootgrondbezit moest opheffen verliepen traag, een legerhervorming was halfslachtig en de sociale kwestie bleef bestaan. De arbeidersbewegingen van socialisten en anarchosyndicalisten, die sterk herleefden na de val van de dictatuur, vervreemdden spoedig van de republiek: stakingsacties en anarchistische revoltes werden bloedig onderdrukt.

Bij de verkiezingen in november 1933 won een rechts blok van een verdeeld en verzwakt links. De vrouwen hadden voor het eerst gestemd, de anarchisten stemden niet. Tijdens de hierop volgende Bieno Negro (de twee zwarte jaren) voerden rechtse regeringen een reactionair beleid. In 1934 kwam het in Asturië tot een confrontatie, die een voorbode van de burgeroorlog zou zijn. De arbeidersorganisaties verdedigden zich dagenlang tegen de regeringstroepen, waarvan ook het Vreemdelingenlegioen en Moorse eenheden deel uitmaakten. Tienduizenden verdwenen in de gevangenis; Catalonië, waar de onafhankelijkheid was uitgeroepen, verloor zijn autonomie. Amnestie werd de leus die de (heterogene) republikeinse en linkse partijen verenigde in een verkiezingspact. Dit zgn. Volksfront won de parlementsverkiezingen in februari 1936. Azaña werd president. De regering stond zeer zwak, mede doordat de onderling verdeelde socialisten regeringsdeelname weigerden. Terwijl sociale spanningen, stakingen en politiek straatgeweld (met name van de Falange, een kleine, maar groeiende fascistische beweging) toenamen, bereidde rechts zich voor op een staatsgreep. Deze ging uit van het leger, begon op 17 juli 1936 vanuit Spaans Marokko en werd door de arbeiders, die zich verzetten tegen de coup, beantwoord met een sociale revolutie. De Spaanse Burgeroorlog begon. Deze kreeg ook internationale dimensies (non-interventie, internationale brigades) en eindigde pas op 1 april 1939 met de overwinning van de ‘nationalisten’ van generaal

Alcalá Zamora
Alcalá Zamora.
Franco, die in 1936 als caudillo (leider) naar voren was gekomen te midden van de rebellerende generaals. Honderdduizenden republikeinen verlieten het land, honderdduizenden anderen werden gevangen gezet, mishandeld of gedood. Emmanuel Buchot en Encarta. Meer info op encyclo.nl
Aangepast zoeken