Spanje
Spaanse regering: Instellingen
Beelden Spanje

Sinds 22 november 1975 is Spanje weer een monarchie. De staatsinrichting is gebaseerd op de grondwet die op 6 december 1978 bij referendum werd goedgekeurd. De verschillende volken en regio’s kennen enige mate van zelfbestuur.

Het parlement, de Cortes Generales, bestaat uit twee kamers: het Congres van Afgevaardigden en de Senaat, die door de koning bijeengeroepen en ontbonden kunnen worden. Het Congres bestaat uit 350 leden, die voor vier jaar worden gekozen. De provincies fungeren als kiesdistricten. In de grondwet is bepaald dat de steden Ceuta en Melilla in Noord-Afrika door een afgevaardigde vertegenwoordigd worden. Het kiessysteem is een mengvorm van een districtenstelsel en van evenredige vertegenwoordiging. Kiesrecht hebben alle Spanjaarden van achttien jaar en ouder. De Senaat (264 leden) is een kamer met 208 rechtstreeks gekozen leden en 56 regionale afgevaardigden met een zittingsduur van vier jaar.

In het algemeen heeft iedere provincie het recht vier senatoren te benoemen. Leden van de Cortes zijn onschendbaar voor wat betreft hun uitspraken in het parlement. De minister-president wordt gekozen door het Congres op basis van een ontwerp-regeringsprogram. De koning benoemt en ontslaat de andere leden van de regering op voorstel van de minister-president.

Spanje kent het referendum, met een consultatief karakter, dat wordt uitgeschreven door de koning op voorstel van de minister-president, die daarvoor de toestemming van het Congres van Afgevaardigden nodig heeft.

Bestuurlijke indeling

De ontwikkeling van een sterk gecentraliseerde staatsvorm onder Franco naar een gedecentraliseerde, semifederatieve structuur na 1978 is opmerkelijk. Spanje is tegenwoordig bestuurlijk ingedeeld in 17 autonome regio's (comunidades autónomas, met ieder hun eigen president, parlement, uitvoerende macht en hooggerechtshof) en twee autonome steden (ciudades autonomas), de enclaves Ceuta en Melilla in Marokko. De regio’s zijn ieder weer ingedeeld in provincies, die bestuurd worden door provinciale raden (diputaciones), en gemeenten, bestuurd door burgemeesters en raadsleden. De raadsleden worden gekozen door de inwoners van de gemeenten, de burgemeesters door de raadsleden.

De Baskische provincies en Catalonië waren de eerste regio's die, op 18 december 1979, een zekere mate van zelfbestuur kregen; Galicië volgde in 1981. Een Baskische Nationale Raad, gekozen door de bevolking, heeft verstrekkende verordenende bevoegdheden op het gebied van landbouw, industrie, onderwijs, gezondheidszorg, handel en stadsplanning. De Raad kiest een premier die een regering vormt, welke o.a. zelf belastingen kan heffen (fiscale autonomie). Er is een Baskische politiemacht, maar daarnaast blijft de uit Madrid geleide politiemacht functioneren. Het autonomiestatuut voor Catalonië voorziet in een gekozen parlement, dat uit zijn midden een president (premier) en een regering kiest.

Zapatero
Zapatero
Parlement, president en regering tezamen dragen de historische naam ‘Generalitat’ (Generaliteit). Deze heeft verordenende bevoegdheden op het gebied van onderwijs, ruimtelijke ordening, toerisme, energievoorziening, krediet-, bank- en verzekeringswezen en de media. De Generaliteit kan zelf belastingen heffen en er is een Catalaanse politiemacht. Emmanuel Buchot en Encarta. meer info op fd.nl
Aangepast zoeken