Italië : Rome

Rome : Bouwkunde

Beelden Italië
31/08/11

Uit de vroeg-christelijke tijd dateren de catacomben en enkele schuilkerken; resten daarvan zijn o.m. te zien onder San Martino ai Monti (titulus Equitii) en SS. Giovanni e Paolo (titulus Byzantis of Pammachii). Na de kerkvrede van 313 werden grote basilieken gebouwd, w.o. de (oude) St.-Pieter en de aartsbasiliek van het Lateraan. Vrij gaaf bewaard zijn o.m. de Santa Maria Maggiore en de Santa Sabina (beide 5de eeuw). Dit bouwtype bleef tot in de middeleeuwen in zwang (San Clemente, Santa Maria in Trastevere, San Crisogono; alle 12de eeuw). De voornaamste mozaïeken zijn te vinden in de Santa Costanza (4de eeuw), Santa Pudenziana (einde 4de eeuw), Santa Maria Maggiore (in de absis mozaïeken door Jacopo Torriti; 1295) en Santa Sabina (5de eeuw), SS. Cosma e Damiano (6de eeuw),

San Giovanni in Fonte (5de en 7de eeuw), Santa Cecilia, San Marco, Santa Prassede (m.n. in de San Zenokapel), Santa Maria in Domnica (alle 9de eeuw), San Clemente, Santa Francesca Romana, Santa Maria in Trastevere (12de eeuw). Vroege muurschilderingen treft men o.m. aan in Santa Maria Antiqua (8ste eeuw), de onderkerk van San Clemente (11de–12de eeuw), San Giovanni a Porta Latina (12de eeuw) en de Cappella di San Silvestro bij Santi Quattro Coronati (13de eeuw). De romaanse kunst uit zich vnl. in uit bakstenen geledingen opgebouwde klokkentorens (campanili). Er zijn tientallen van deze torens, w.o. die bij de Santa Maria in Cosmedin (772–795; verbouwd 12de eeuw), de SS. Giovanni e Paolo (oorspr. 5de eeuw; vernieuwd 12de en 18de eeuw) en de Santa Francesca Romana.

Belangrijk zijn ook de werken van de zgn. Romeinse marmerwerkers (marmorari romani), die o.m. de kloostergangen bij het Lateraan en St.-Paulus-buiten-de-Muren (begin 13de eeuw) bouwden en kerkvloeren, koorsluitingen, altaarciboria en ambonen met bont geometrisch inlegwerk versierden (cosmatenwerk).

Het belangrijkste bouwwerk uit de gotiek is de kerk Santa Maria sopra Minerva (13de eeuw), naar voorbeeld van de Santa Maria Novella in Florence; grafmonument (1455) van Fra Angelico; onder het hoofdaltaar sarcofaag (midden 15de eeuw) van Catharina van Siena, schutspatroon van Italië. Onder invloed van Florence kwam de renaissance naar Rome. Van Baccio Pontelli zijn de Cancelleria (1486–1496) en het Palazzo Guiraud-Torlonia (1496–1504). Donato Bramante leverde het eerste ontwerp voor de nieuwe Sint-Pieter.

Met Michelangelo, die ook aan de St.-Pieter werkte, begon de overgang naar de barok, die zich uitte in de bouw van talloze kerken, die nu nog belangrijke elementen in het stadsbeeld vormen. Belangrijk zijn hier de Il Gesù (1568–1584; door Giacomo Barozzi da Vignola en Giacomo della Porta), San Ignazio (1625–1685; Orazio Grassi), Santa Susanna (1603; Carlo Moderno) en San Marcello al Corso (1682; Carlo Fontana). Alle grote kunstenaars van die tijd vonden in Rome werk en de architecten, in de eerste plaats Gian Lorenzo Bernini en Francesco Castelli Borromini, bouwden mede door hun profane werken het Rome zoals het zich thans

architectuur van een Romaanse kerk
Architectuur van een Romaanse kerk. Beeld E. Buchot

vertoont. In de 16de en 17de eeuw ontstonden m.n. vele van de talrijke fonteinen die de stad rijk is, w.o. de Fontana dei quattro Fiumi (Fontein der vier stromen; 1647–1657, door Bernini) op de Piazza Navona, de Fontana delle Tartarughe (Schildpaddenfontein; 1585, Giacomo della Porta en Taddeo Landini), en de Fontana dell'Acqua Felice (1585–1587, Domenico Fontana) op de Piazza San Bernardo. De Trevifontein (Fontana di Trevi; door Nicola Salvi) dateert uit 1751–1762; de Oceanosgroep (1759–1762) in het midden is van Pietro Bracci. "Rome" © Schriftelijke door en Encarta

Tilpasset søgning