Polen

Polen : Tegenstellingen en conflicten (1959–1980)

Foto's van Polen
2/08/11
Solidariteit en Lech Wa?esa

Binnen staats- en partijleiding werd de positie van Gomu?ka, die nu door Moskou zonder reserves werd gesteund, versterkt. In 1960, 1962 en 1966 laaiden hevige spanningen met de kerk op, waarbij kardinaal Wyszy?ski telkens het doelwit van felle aanvallen was. Herhaaldelijk kwam het tot betogingen van studenten en acties van intellectuelen en kunstenaars, die door de partijleiding werden gewantrouwd en van vijandigheid ten opzichte van het ‘socialisme’ beschuldigd. In oktober 1966 werd o.m. de filosoof Ko?akowski uit de partij gezet. In 1967 leek de ‘partizanengroep’ onder leiding van de minister van Binnenlandse Zaken, M. Moczar, terrein te winnen. Zijn aanhangers, wel ‘anti-Russische stalinisten’ genoemd, kwamen voort uit het (communistische) verzet in eigen land en onder hen waren antisemitische gevoelens wijd verbreid. Toen in januari–maart 1968 studentendemonstraties en botsingen met de politie plaatsvonden, werd de schuld gegeven aan de ‘zionisten’, de partij werd gezuiverd. Hoewel Moczar tegenover Gomu?ka het onderspit dolf (in juli 1968 trad hij af als minister), bleef zijn groep een machtsfactor van belang.

Polen nam deel aan de invasie van Tsjechoslowakije (augustus 1968) en volgde geheel de Russische lijn. Het grootste probleem voor de leiding was de te geringe en te onevenwichtige economische groei. In 1970 werd de situatie, ook als gevolg van een slechte oogst, kritiek. Op 12 december kondigde de regering prijsverhogingen voor levensmiddelen aan, waartegen een verlaging van de prijzen voor duurzame consumptiegoederen niet opwoog. Tot grootscheepse uitingen van verzet kwam het vooral in de Oostzeehavens. Op 13 december begonnen in Gda?sk demonstraties en stakingen. Zij breidden zich uit over Gdynia, Szczecin en andere steden. De uitroeping van de staat van beleg en dreigementen van de regering voorkwamen dat de beweging zich over heel Polen uitbreidde. Op 18 december was het tot een opstand uitgegroeide verzet gebroken.

Gomu?ka, die eerder in de maand met de West-Duitse bondskanselier Willy Brandt het Verdrag van Warschau had ondertekend (feitelijke erkenning van de Poolse westgrens; bereidheid van Polen tienduizenden Duitsers uit het land te laten vertrekken die tot dusverre geen vergunning daartoe konden krijgen), had zich tegen de situatie niet opgewassen getoond. Op 20 december trad Gomu?ka af, samen met Kliszko en Spychalski; enige dagen later werd premier Cyrankiewicz vervangen door P. Jaroszewicz. De nieuwe leidersgroep omvatte E. Giereks ‘technocraten’ en de ‘partizanen’ van Moczar, die nu voor het eerst volledig lid van het Politburo werd. De pragmaticus Gierek, opvolger van Gomu?ka, zorgde ervoor de vriendschap met de Sovjet-Unie te onderstrepen en tegelijk in het binnenland enkele prijsmaatregelen ongedaan te maken. Met behulp van de Sovjet-Unie wist hij de invloed van zijn rivaal Moczar terug te dringen. De eerste jaren van Giereks bewind straalden een optimistisch vooruitgangsgeloof uit. De communistische media begonnen zelfs van een Pools Wirtschaftswunder te spreken. Toch bleven vele sociaaleconomische noden, zoals de woningnood en het tekort aan consumptieartikelen, onopgelost. In juni 1976 braken in een aantal Poolse steden (Radom, Katowice, ?ód?, Pozna?, Warschau) stakingen uit naar aanleiding van forse prijsstijgingen van de levensmiddelen. De regering trok hierop de prijsverhogingen in, maar de politie arresteerde honderden betogers met geweld.

filosoof Ko?akowski
Filosoof Ko?akowski.
In september 1976 richtten veertien prominente schrijvers en wetenschapsmensen (Jerzy Andrzejewski, Jacek Kuro?, Edward Lipinski e.a.) het Comité ter Verdediging van de Arbeiders (het KOR) op. In september 1977 verbreedde het KOR zijn doelstellingen tot de behartiging van de mensenrechten in brede zin en noemde zich van toen af aan KSS-KOR, het Comité voor Sociale Zelfverdediging (dat zich in september 1981 ophief). In de periode 1977–1980 ontstond een groot aantal andere onofficiële organisaties, zoals het ROPCO, de Beweging voor de Rechten van de Mens en Burger en het zeer anti-Russische KPN, de Confederatie voor een Onafhankelijk Polen. Al deze organisaties gingen in toenemende mate via zelfgemaakte publicaties (die de officiële censuur niet gepasseerd waren) hun ideeën verbreiden. . "Polen," © Schriftelijke door en Encarta
Tilpasset søgning