Polen

Polen : 1989–2000

Foto's van Polen
2/08/11
Solidariteit en Lech Wa?esa

In juni 1989 werden de eerste vrije verkiezingen gehouden voor de nieuwe Senaat, waarbij de oppositie alle beschikbare zetels won en de communisten met lege handen achterbleven. In de Sejm kreeg de oppositie in totaal 35% van de zetels toegewezen. De voormalige bondgenoten van de communisten, de Democratische Partij en de Poolse Boerenpartij, kozen echter al snel de zijde van de oppositie. In juli trad Jaruzelski af als partijleider; hij werd opgevolgd door demissionair premier Rakowski. Jaruzelski werd met veel moeite tot president gekozen. Op voordracht van vakbondsleider Wa?esa werd Tadeusz Mazowiecki op 19 augustus tot de eerste niet-communistische premier van Polen benoemd. Op het elfde partijcongres (januari 1990) hief de communistische partij (PZPR) zichzelf op. Als haar opvolger werd de Sociaal-Democratie van de Republiek Polen (SdRP) opgericht, die tezamen met de linkse vakbond OPZZ de Alliantie van Democratisch Links (SLD) ging vormen. Later zou de SLD zich tot een puur politieke partij omvormen. Begin 1990 maakte minister van Financiën Leszek Balcerowicz een begin met radicale economische hervormingen ter bestrijding van de hyperinflatie, die in 1989 tot boven de 1000% was opgelopen.

De scherpe daling van de inflatie ging gepaard met een sterke daling van de levensstandaard, massale werkloosheid en een recessie. Na een breuk in Solidariteit stelden Mazowiecki en Wa?esa zich beiden kandidaat voor de presidentsverkiezingen van eind 1990. In de tweede ronde op 9 december triomfeerde Wa?esa met ruim 74%; op 22 december werd hij als president beëdigd. In januari 1991 trad een nieuw kabinet onder leiding van Jan Krzysztof Bielecki aan. Ook op buitenlandspolitiek gebied vonden grote veranderingen plaats: met Duitsland werd op 14 november 1990 een verdrag met betrekking tot de vaststelling van de Oder-Neisse-grens getekend, gevolgd door een vriendschapsverdrag tussen beide landen op 17 juni 1991. Het Warschaupact werd op 1 juli 1991 in Praag door de zes overgebleven leden formeel opgeheven. Tussen 1990 en 1993 trok het 45 000 man sterke Sovjetleger zich uit Polen terug.

In juni 1991 leed president Wa?esa een persoonlijke nederlaag, toen de Sejm – ondanks twee maal een presidentieel veto – met het oog op de eerste democratische verkiezingen voor de Sejm op 27 oktober 1991 een nieuwe kieswet aannam. Die verkiezingen leverden een versplinterd parlement op, een situatie waarvoor Wa?esa had gewaarschuwd. Achtereenvolgens formeerden Jan Olszewski (december 1991 – juni 1992), Waldemar Pawlak (juni – juli 1992) en Hanna Suchocka (juli 1992 – mei 1993) een regering. Nieuwe verkiezingen op 19 september 1993 leverden een overwinning op voor de uit de communistische partij voortgekomen sociaaldemocratische SLD, die met de Poolse Boerenpartij (PSL) een nieuwe regering vormde, met drie opeenvolgende premiers: Waldemar Pawlak (PSL, oktober 1993 – maart 1995, Józef Oleksy (SLD, tot februari 1996) en Wlodzimierz Cimoszewicz (SLD, tot oktober 1997). De coalitie beloofde het beleid van privatiseringen en andere hervormingen voort te zetten.

Ruim twee jaar later boekten de sociaaldemocraten opnieuw een succes: bij de presidentsverkiezingen van november 1995 versloeg de mediagenieke SLD-voorman Aleksander Kwa?niewski met een klein verschil Lech Wa?esa. In hetzelfde jaar kwam een geldhervorming tot stand (opwaardering van de z?oty) en werd een begin gemaakt met de privatisering van kleine en middelgrote staatsbedrijven.

Jan Krzysztof Bielecki
Jan Krzysztof Bielecki.

In de zomer van 1996 keurde het parlement een hervormingsplan goed om het centrale bestuur te stroomlijnen en de rol van de overheid in de economie te beperken. In datzelfde jaar trad Polen als derde voormalig communistisch land toe tot de OESO. Als regeringspartij stond de sociaaldemocratische SLD voor het dilemma om enerzijds mee te werken aan de opbouw van een vrijemarkteconomie en om anderzijds oog te hebben voor de noden en behoeften van de door de transformatie sterkst getroffen bevolkingsgroepen. Men moest het kapitalisme gelijktijdig opbouwen en beheersen. Het bleek een schier onmogelijke opgave: ondanks de groei van het bruto binnenlands product met gemiddeld 6% over de jaren 1994-1997, slaagde de SLD er niet in om de verarming van grote delen van de bevolking te voorkomen. De op 21 september 1997 gehouden parlementsverkiezingen leverden dan ook een grote overwinning op voor de oppositionele Kiesactie Solidariteit (AWS), een coalitie van ruim 20 conservatieve, katholieke en nationalistische organisaties rondom de vakbond Solidariteit, die 201 van de 460 zetels in de Sejm veroverde. Tegelijkertijd bleef maar liefst 52% van de kiesgerechtigden thuis. Eind oktober 1997 werd de tamelijk onbekende Jerzy Buzek premier van een coalitie van AWS en de liberale Vrijheidsunie (UW).

"Polen," © Schriftelijke door en Encarta

Wlodzimierz Cimoszewicz
Wlodzimierz Cimoszewicz
Tilpasset søgning