Plantengroei in Rusland
|
Foto's van Rusland |
Het continentale klimaat drukt zijn stempel op de vegetatie. De vegetatie kan globaal verdeeld worden in zones evenwijdig aan de breedtegraden, van het noorden naar het zuiden bestaande uit toendra-, tajga-, loofbos-, steppe- en woestijngebieden. De toendra strekt zich uit tot enkele honderden kilometers bezuiden de Noordelijke IJszee. De arctische toendra, op de eilanden en de uiterst noordelijke delen van het vasteland, is volkomen boomloos en er komen, behalve langs rivierbeddingen en op beschutte plaatsen, ook geen struiken voor. De vegetatie bestaat vooral uit mossen en korstmossen, o.a. rendiermossen. Naar het zuiden treden geleidelijk meer dwergstruiken op, zoals kleine wilgen, dwergberk en moerasrozemarijn. Toendra met dwergstruiken beslaat een brede zone. Veenontwikkeling is hierin zwak, en neemt toe naar het zuiden. Uitgestrekte veengebieden met veenmos komen voor in de streken waar verspreid struiken en lage bomen optreden, vooral berk, spar (Picea obovata), lariks, jeneverbes en wilgen. |
De toendra gaat over in de tajga, een landschap met vnl. naaldbos, waarin vele meren en moerassen. Spar en grove den domineren veelal, verder naar het oosten treden Larix sibirica, Abies sibirica en Pinus sibirica op. In de ondergroei zijn bosbessoorten kenmerkend. De zuidgrens van deze zone loopt van ca. 60 tot 53° N.Br. in Siberië (omgeving Irkoetsk). Deze naaldbossen gaan via een zone van gemengd bos met eiken, en in Europees Rusland met haagbeuk en Taxus, over in een zone van loofbos waarin ook iepen, essen, esdoorns, linden en elzen optreden, en in het westen de beuk. Veel van deze bossen zijn echter vernietigd en de moerassen zijn hier voor een goed deel drooggelegd. Nog zuidelijker treedt geen veenvorming op. |
Steppen |
Een brede gordel van boomsteppen, met vooral eik in het westen en berk in het oosten, vormt een overgang naar de zone van grassteppen, die vooral het gebied van de vruchtbare zwarte aarde beslaat en grotendeels in cultuur is gebracht. In de steppen domineren zodevormende grassen, zoals vedergras, zwenkgras en fakkelgras, en alsemsoorten. In het voorjaar wordt het aspect bepaald door bol- en knolgewassen en eenjarigen, o.a. Citellus pygmaeus, en door anemoon- en adonissoorten. Plaatselijk komen zoutmoerassen voor met zoutminnende planten zoals schorrekruid en zeekraal. De vegetatie van de woestijnen is schaars en bestaat, naast alsemsoorten uit ten dele zoutminnende planten uit de Ganzenvoetfamilie zoals Kochia, Camphorosma, Salsola en Anabasis. |
![]() |
Tajga. Beeld : zgapa.pl |
Alleen in de kortstondige regenperioden in het voorjaar wordt het aspect bepaald door talloze eenjarigen. Plaatselijk langs de Zwarte Zee en de Kaspische Zee heeft de vegetatie een mediterraan karakter. © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta. |
Tilpasset søgning
|