Zoögeografisch vormt Finland een onderdeel van het palearctisch gebied (zie Arctogaea), met een mengeling van westerse en oosterse elementen. De noordelijke ligging is er de oorzaak van dat de fauna weinig soorten telt. In het wild komen beren, wolven (in aantal sterk afgenomen), lynxen, vossen en veelvraten (zeldzaam geworden) voor. De rendierkudden zijn minder talrijk geworden. Karakteristiek voor Lapland is de lemming, die op de tunturi's (hoge, vlakke bergen) boven de boomgrens leeft. De (beschermde) eland huist vooral in de Zuid-Laplandse woud- en moerasgebieden. De wouden zijn vogelrijk, met o.a. korhoenders, auerhoenders en arenden. In de moeras- en mosgebieden nestelt het sneeuwhoen, aan de kusten de eidereend. In de talrijke meren komt een rijke zoetwaterfauna voor. "Finland," © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta