Griekenland
Griekenland in de 20e eeuw : Militaire regimes (1967–1974)
Beelden Griekenland

De koning legde zich aarzelend bij de putsch neer en benoemde de politicus Kollias tot minister-president in een regering die door de officieren werd beheerst. Na een zwakke poging van Constantijn II het regime ten val te brengen (december 1967) en zijn vlucht naar Italië werd kolonel Papadopoulos minister-president, terwijl Zoitakis tot regent voor de afwezige koning werd benoemd. Papadopoulos wist in de loop van vier jaren o.a. de posten van Defensie en Buitenlandse Zaken aan zich te trekken, terwijl hij in 1972 regent werd. Op 1 juni 1973 riep hij de republiek uit.

Reeds op 25 november 1973 werden, na rellen in Athene en Thessaloníki, Papadopoulos’ vice-president Anghelis en premier Markezinis ten val gebracht door een groep hoge officieren onder leiding van brigadegeneraal Joannidis. Phaidon Gizikis, opperbevelhebber van het eerste leger, werd president, oud-minister van Financiën Androutsopoulos premier. Het nieuwe regime stond uiterst zwak en werd geconfronteerd met een steeds zorglijker economische situatie. Het was echter de buitenlandse politiek waarop het regime strandde. De betrekkingen met Turkije leden sterk onder het feit dat Joannidis c.s. steun verleenden aan de terreurbeweging EOKA II, die de enosis in haar banier schreef. Op 15 juli 1974 pleegden Griekse officieren van de Cyprische nationale garde een staatsgreep tegen Makarios III. N. Sampson, zeer gehaat bij de Turken, werd zijn opvolger, waarop Turkije als reactie op 20 juli een landing aan de noordkust van Cyprus uitvoerde, die het Griekse bewind machteloos moest aanzien.

Een groot aantal officieren eiste nu dat de militairen plaats zouden maken voor een burgerregering. Emmanuel Buchot en Encarta.

kolonel Papadopoulos
kolonel Papadopoulos
Tilpasset søgning