Libanon

Geschiedenis van Libanon : Een zelfstandige natie

Foto's van Libanon
20/08/11

Libanon was inmiddels medeoprichter geworden van de Arabische Liga (maart 1945) en deed vervolgens in 1948 mee aan de oorlog tegen Israël. In de jaren tot 1958 groeide in Libanon de Amerikaanse invloed, werd de verhouding met het buurland Syrië slechter en namen intern de spanningen toe tussen aanhangers van het arabisme en diegenen die een neutraal Libanon voorstonden. Deze spanningen groeiden in 1952 uit tot een politieke crisis, welke het aftreden van president al-Khoery (sinds 1943 staatshoofd) tot gevolg had. Zijn opvolger werd Camille Chamoun, volgens traditie een maronitische christen.

De Suezcrisis in 1956 verscherpte de tegenstelling tussen de aanhangers van het arabisme, die in de Egyptische president Nasser de aanvoerder zagen van een Arabisch reveil, en de voorstanders van de ‘Libanon op zichzelf’-gedachte. In 1958 bereikten de interne spanningen een climax naar aanleiding van de voor dat jaar uitgeschreven verkiezingen. Gewapende botsingen tussen voor- en tegenstanders van president Chamoun namen al spoedig het karakter van een burgeroorlog aan, zij het op beperkte schaal. Na de val van het ‘ancien régime’ in Irak op 14 juli 1958 landden op verzoek van president Chamoun Amerikaanse mariniers in Libanon. De politieke crisis werd ten slotte opgelost toen de verschillende partijen in de herfst van het jaar overeenkwamen een nationale regering en als president de Libanese opperbevelhebber generaal Foead Chehab te aanvaarden. Daarna werden de Amerikaanse mariniers teruggetrokken.

In de jaren zestig sloot Libanon verschillende handelsakkoorden met de Sovjet-Unie en andere communistische landen, alsmede met verscheidene Afrikaanse staten. Ook zocht het toenadering tot het Egypte van Nasser. Met het buurland Syrië bleven wrijvingen, vooral van economische aard, bestaan. In september 1964 volgde Charles Helou de aftredende Foead Chehab als president op. In de herfst van 1965 begon een periode van een voortdurend gespannen verhouding met Israël doordat Palestijnse bevrijdingsorganisaties Libanon als uitvalsbasis kozen. Israël beantwoordde hun activiteiten met vergeldingsacties.

In augustus 1970 werd Soleyman Frangieh president.

Suezcrisis in 1956
Suezcrisis in 1956.

De onmacht van de regering tegenover Israëls militair optreden bracht het land ten slotte in een ernstige politieke crisis. Nieuwe kabinetten wisselden elkaar in snel tempo af, maar zagen geen kans te voorkomen dat de traditioneel in Libanon aanwezige partijmilities het heft in eigen hand gingen nemen; de regering zag zich na 1973 geplaatst tegenover een golf van geweld. Tussen Palestijnen en partijmilities vonden zware gevechten plaats; daarnaast was, als gevolg van de scherpe sociale tegenstelling tussen christenen (m.n. de maronieten, die een sociaal bevoorrechte positie innemen) en islamieten, steeds veelvuldiger sprake van bloedige strijd tussen de milities van de rechtse, christelijke falangisten van Pierre Gemayel en die van diverse islamitische groeperingen.

De laatste werden gesteund door Palestijnse verzetsstrijders en verenigden zich in 1975 in een progressief front (waarbij zich ook niet-maronitische christenen aansloten). De vruchteloze tussenkomst van het (eveneens verdeelde) leger maakte de situatie nog onoverzichtelijker. Hoewel steeds nieuwe wapenstilstanden werden gesloten, laaide de strijd telkens weer op.

"Libanon" © Schriftelijke door en Encarta

Soleyman Frangieh president
Soleyman Frangieh president. Beeld Corbis
Tilpasset søgning