Geschiedenis van Libanon : Jaren negentig |
| Foto's van Libanon |
20/08/11
|
Op 1 juni 1987 kwam premier Rashid Karameh bij een aanslag om. Toen in september 1988 de ambtstermijn van president Amin Gemayel afliep, bleek het parlement niet in staat een opvolger te kiezen. Gemayel wees daarop zijn christelijke opperbevelhebber generaal Michel Aoun aan als leider van een overgangsregering. Deze werd echter door de soennieten die vasthielden aan de soennitische interim-premier Selim al-Hoss niet als wettig geaccepteerd. De hieruit voortvloeiende constitutionele crisis leidde tot een nieuwe ronde in de burgeroorlog. Vooral toen Aoun de bevrijdingsstrijd tegen de Syriërs proclameerde, laaiden de gevechten weer op. Bemiddelingspogingen van de Arabische Liga resulteerden in een bijeenkomst van het Libanese parlement in Ta’if (Saoedi-Arabië), waar op 22 oktober 1989 een Nationaal Handvest werd opgesteld dat voorzag in een gelijke machtsverdeling tussen islamieten en christenen. |
Kort daarop koos het parlement René Moeawad tot president. Deze kwam echter op 22 november 1989 bij een bomaanslag om het leven, waarop het parlement de pro-Syrische Elias Hrawi tot staatshoofd koos. De christelijke generaal Aoun weigerde echter het akkoord van Ta’if en de nieuwe president te accepteren zolang de Syriërs in Libanon aanwezig waren. Begin 1990 ontbrandde in christelijk Oost-Beiroet een hevige machtsstrijd tussen de troepen van generaal Aoun en de Forces Libanaises van Samir Geagea, die aanvankelijk door Aoun gewonnen werd. In het najaar kondigde president Hrawi met Syrische steun een blokkade van de door Aoun beheerste enclave af. Op 13 oktober vluchtte Aoun na een korte maar hevige Syrisch-Libanese aanval naar de Franse ambassade. Daardoor kon kort daarop de stad Beiroet herenigd worden. |
De nieuw gevormde regering van Omar Karameh begon met herstel van orde en rust en kwam met de milities overeen dat zij de hoofdstad zouden verlaten. Het Libanese parlement werd overeenkomstig de akkoorden van Ta’if uitgebreid tot 108 zetels, waarvan christenen en islamieten een gelijk aantal zouden bezetten. Diverse milities beloofden hun wapens te zullen inleveren in ruil voor deelname aan de regering. Palestijnse organisaties en de sjiitische Hezbollah weigerden echter vooralsnog aan de uitvoering van het veiligheidsplan mee te werken. Niettemin wist president Hrawi met Syrische hulp het centrale gezag verder te versterken. Eind mei 1991 sloot hij in Damascus met Syrië een verdrag betreffende politieke en militaire samenwerking. Vanaf de zomer van 1991 tot juni 1992 werden, na bemiddeling door o.a. de Verenigde Naties, de nog levende door sjiitische organisaties ontvoerde westerlingen vrijgelaten. Vanaf oktober 1991 nam Libanon deel aan de vredesconferentie over het Midden-Oosten in Madrid en volgde daarbij de Syrische koers. |
![]() |
Omar Karameh. |
Op 16 juli 1992 aanvaardde het parlement een nieuwe kieswet, waarbij het aantal zetels werd uitgebreid tot 128, met evenveel zetels voor christenen en moslims. In en rond de door Israël ingestelde ‘veiligheidszone’ in Zuid-Libanon kwam het herhaaldelijk tot gevechten tussen de sjiitische Hezbollah en radicale Palestijnse groepen enerzijds en het door Israël gesteunde South Lebanese Army (SLA) en het Israëlische leger anderzijds. In juli 1993 kwamen de partijen, na bemiddeling van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Warren Christopher, een bestand overeen. In de bilaterale vredesonderhandelingen met Israël volgde Libanon vrijwel geheel de Syrische koers. |
Ondanks de rivaliteit tussen premier Hariri, een soennitische moslim, president Elias Hrawi, een maronitische christen en parlementsvoorzitter Nahib Berri, een sjiitische moslim, herstelde de economie zich in 1994 redelijk, zij het dat naar schatting 30% van de Libanezen onder de armoedegrens leefde. Het liberale beleid van de regering-Hariri gaf in 1995 en 1996 aanleiding tot sociale onrust. De radicale sjiitische beweging Hezbollah intensiveerde in april 1996 haar strijd met raketaanvallen op Noord-Israël. Israël reageerde met een groot luchtoffensief tegen heel Zuid-Libanon, de operatie Druiven der Gramschap (11–17 april), maar het beoogde doel – Libanon te dwingen Hezbollah te ontwapenen – werd niet gerealiseerd. |
![]() |
Zuid-Libanon. Beeld weeswaakzaam.punt.nl |
Het in april tussen Israël en Hezbollah gesloten staakt-het-vuren betekende slechts een beperking van de strijd tot de ‘veiligheidszone’ in Zuid-Libanon. Ook in 1997 stond Zuid-Libanon in het teken van gevechten tussen de sjiitische milities van Hezbollah en Amal enerzijds, en het Israëlische leger en de door Israël gesteunde militie SLA (South Lebanese Army) anderzijds. Begin juli 1997 kwam de Israëlische minister van Defensie, Mordechai, met het voorstel een internationale troepenmacht naar Libanon te sturen. Dit zou een Israëlische terugtocht uit de bezette zone mogelijk moeten maken, maar Libanon en Syrië hielden vast aan hun eis tot onvoorwaardelijke terugtrekking van Israël, waardoor het plan geen kans van slagen maakte. In augustus en september 1997 kwam het akkoord tussen Israël en Hezbollah onder zware druk te staan door de Israëlische aanval op een elektriciteitscentrale bij Beiroet. De gevechten tussen Hezbollah en Israël in Zuid-Libanon zetten zich in 1998 voort. Omdat steeds meer Israëlische militairen om het leven kwamen in Libanon, keerde de Israëlische publieke opinie zich in toenemende mate tegen de Israëlische aanwezigheid in Libanon. In april weigerde premier Hariri in te gaan op Israëlische voorstellen VN-resolutie 425 te erkennen; deze regelt de onvoorwaardelijke terugtrekking van Israël uit Zuid-Libanon, maar de regering-Netanyahu verbond hieraan enige consequenties die voor Hariri niet acceptabel waren. |
Paus Johannes Paulus II bezocht in mei 1997 Libanon. De paus riep op tot een vrij en onafhankelijk Libanon, daarmee indirect zowel Israël als Libanon bekritiserend. Op 15 oktober 1998 werd de maronitische christen Emile Lahoud door het parlement gekozen tot de nieuwe president, als opvolger van Elias Hrawi. Bij gemeenteraadsverkiezingen begin juni won in Beiroet de alliantie van islamieten en christenen van premier Hariri. Verrassend was de uitslag in Baalbek waar Hezbollah de overwinning moest laten aan zijn sjiitische concurrent Amal. In december werd premier Hariri opgevolgd door Salim al-Hosh. In 1999 vonden de ernstigste gevechten sinds 1996 plaats tussen Hezbollah en het Israëlische leger. Het hele jaar waren er over en weer vergeldingsacties. |
![]() |
Paus Johannes Paulus II. |
Onder invloed van het Israëlisch-Syrisch vredesoverleg werd het geweld eind december gestaakt. Er werd een bestand gesloten en Israël liet vijf gegijzelde Libanezen vrij. De nieuwe Israëlische premier, Ehud Barak, stuurde aan op een Israëlische terugtocht uit Zuid-Libanon in ruil voor Syrische inspanningen Hezbollah aan banden te leggen. "Libanon" © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta |
![]() Tilpasset søgning
|