Libanon

Geschiedenis van Libanon : Burgeroorlog

Foto's van Libanon
20/08/11

Een falangistische aanval op een bus met Palestijnen werd in april 1975 de aanleiding voor het uitbreken van de burgeroorlog. Vanuit Beiroet, waarvan het zakencentrum grotendeels verwoest werd, breidden de gevechten zich uit over het hele land. Het Progressieve Front (van Druzen, soennieten en sjiieten) gesteund door Palestijnen, eiste ingrijpende staatsrechtelijke en sociaaleconomische hervormingen en vond tegenover zich de overwegend maronitische Kataeb (falangisten) en de Nationale Liberale Partij van Chamoun. Nadat het Libanese leger grotendeels uiteen was gevallen en de milities van het Progressieve Front en de PLO de overhand leken te krijgen, riep president Frangieh de hulp van Syrië in.

De Syrische interventie (mei 1976) leidde tot de bloedige verovering van het Palestijnse kamp Tel Zaatar (augustus 1976) en de verkiezing van een nieuwe president (Elias Sarkis), die zijn ambt evenwel pas kon aanvaarden nadat Frangieh in september 1976 was afgetreden. Op een topconferentie van de Arabische Liga in oktober 1976 in Riaad besloot men symbolische Saoedische, Jemenitische en Soedanese eenheden aan de Syrische troepenmacht toe te voegen en deze Arabische Overredingsmacht te noemen. Tevens werd een bestand afgekondigd dat een eind moest maken aan de burgeroorlog. Dit bestand werd sindsdien herhaalde malen gebroken. In Zuid-Libanon duurden de gevechten tussen Palestijnen enerzijds en Israël en het door Israël gesteunde legertje van majoor Saad Haddad anderzijds voort.

Na een Palestijnse actie in Israël voerde het Israëlische leger in maart 1978 een grote ‘schoonmaakoperatie’ in Zuid-Libanon uit. Drie maanden hield Israël het gebied ten zuiden van de Litani bezet. Onder internationale druk moest Israël het gebied in juni overdragen aan de VN-troepenmacht UNIFIL (United Nations Interim Force in Lebanon). In een ‘veiligheidszone’ bleven Israël en de militie van Haddad echter aanwezig.

Inmiddels keerden de voornaamste maronitische milities zich tegen de blijvende Syrische aanwezigheid in Libanon. Toen zij hun gebied wilden uitbreiden, kwam het in het najaar van 1978 tot hevige gevechten langs de ‘groene lijn’ die christelijk Oost-Beiroet van het islamitische westelijke stadsdeel scheidde. De falangisten van Pierre Gemayel raakten ondertussen ook in conflict met de Maradamilitie van de pro-Syrische oud-president S. Frangieh, wiens zoon Tony in juni 1978 door de falangisten was vermoord.

Libanon in 1975
Libanon in 1975.
Omstreeks 1980 slaagde de falangistische militieleider Basjir Gemayel erin de grootste christelijke strijdgroepen samen te voegen tot de Forces Libanaises (Libanese Strijdkrachten). Terwijl Syrië (mede ten gevolge van de Egyptisch-Israëlische vrede van 1979) steeds meer de zijde van de Palestijnen koos, kwam het steeds vaker tot botsingen tussen de diverse partijen. In toenemde mate namen ook sjiitische strijdgroepen (de Amalmilitie van Nahib Berri en de fundamentalistische Hezbollah – Partij van God – aan de gevechten deel). In het voorjaar van 1981 namen de Palestijns-Israëlische confrontaties in Zuid-Libanon toe. Toen Syrië raketten installeerde in de Bekaavallei, dreigde een nieuwe oorlog uit te breken. Door bemiddeling van de Amerikaanse diplomaat Ph. Habib werd op 24 juli 1981 een informeel bestand bereikt dat bijna een jaar zou standhouden. "Libanon" © Schriftelijke door en Encarta
Tilpasset søgning