Geschiedenis van Jordanië : De jaren tachtig |
| Foto's van Jordanië |
18/08/11
|
In de Eerste Golfoorlog tussen Irak en Iran (1980–1988) koos Jordanië de zijde van Irak. Dit leidde tot ernstige spanningen met het buurland Syrië, dat Iran steunde. Sinds 1986 vond er echter weer een voorzichtige toenadering tot Syrië plaats. De banden met Irak bleven echter nauw, niet in het minst doordat Irak Jordanië van (goedkope) aardolie voorzag. In 1979 verbrak Hoessein de betrekkingen met Egypte naar aanleiding van het door de Egyptische president Sadat geïnitieerde vredesverdrag tussen Israël en Egypte en de daarop volgende onderhandelingen over Palestijnse autonomie. De nog altijd stroeve betrekkingen met de PLO werden verder aangehaald. |
Een Amerikaans vredesplan voor het Midden-Oosten (Reagan-plan, september 1982) bepleitte de zgn. Jordaanse optie: Palestijns zelfbestuur in associatie met Jordanië. Verkennende besprekingen hierover tussen koning Hoessein en PLO-leider Yasser Arafat leidden uiteindelijk in februari 1985 tot een gezamenlijk Jordaans-Palestijnse vredesstrategie. Een jaar later echter strandde deze samenwerking op groeiende meningsverschillen. Inmiddels had Jordanië de betrekkingen met Egypte hersteld (september 1984) en beijverde het zich binnen de Arabische Liga voor de terugkeer van Egypte, wat uiteindelijk in mei 1989 op de topconferentie van Casablanca zijn beslag kreeg. |
Pogingen van koning Hoessein om zijn aanhang op de Westelijke Jordaanoever te vergroten (o.a. door ontwikkelingsgelden en burgemeestersbenoemingen) en geheime onderhandelingen met de Israëlische minister Peres, leidden niet tot concrete resultaten. Nadat in december 1987 in de bezette gebieden de Intifadah (Palestijnse opstand) was uitgebroken, die zich niet alleen tegen het Israëlische bezettingsregime keerde, maar ook tegen een mogelijke Jordaanse optie, besloot koning Hoessein de bestuurlijke banden met de Westoever definitief te verbreken (30 juli 1988). Dit betekende dat alle Jordaanse ambtenaren op de Westoever werden ontslagen en dat de 850 000 inwoners hun Jordaanse nationaliteit (maar nog niet hun paspoort) verloren. Het ontwikkelingsplan werd stopgezet. De in januari 1984 weer herstelde Nationale Vergadering, waarvan de helft van de afgevaardigden de Westelijke Jordaanoever vertegenwoordigden, werd ontbonden. Na een reeks kabinetswisselingen was in april 1985 Zaid al-Rifai opnieuw premier geworden. Behalve met de Palestijnse kwestie werd zijn regering eind jaren tachtig geconfronteerd met toenemende economische problemen. |
![]() |
Een reeks door het Internationale Monetaire Fonds (IMF) geadviseerde prijsverhogingen leidde in april 1989 tot hevige onlusten in de grote steden. Koning Hoessein ontsloeg hierop de van corruptie beschuldigde Rifai en kondigde nieuwe verkiezingen aan. Deze leverden in november 1989 een verrassende overwinning op voor moslimfundamentalisten, die echter niet in de nieuwe regering van Moedar Badran werden opgenomen. "Jordanië" © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta |
![]() Tilpasset søgning
|