Jordanië

Jordaanse economie

Foto's van Jordanië
17/08/11

Met het wegvallen van de Westoever door de oorlog van 1967 gingen zowel de belangrijke inkomsten uit de aldaar gevestigde en relatief hoog ontwikkelde landbouw als uit het snel groeiende toerisme (Jeruzalem en Bethlehem) verloren. In deze verliezen werd slechts gedeeltelijk voorzien door schenkingen en leningen van Arabische aardolieproducerende landen. De Jordaanse economie is voor een deel afhankelijk van buitenlandse hulp (o.a. Verenigde Staten en Arabische olielanden). Door de Golfcrisis van 1990–1991 en de daarop volgende Tweede Golfoorlog raakte de Jordaanse economie, na een periode van uitzonderlijke bloei, opnieuw in het nauw. Het bondgenootschap met Irak alsmede het internationale handelsembargo tegen Irak, veruit het belangrijkste exportland voor Jordanië, kwam het land duur te staan.

Bovendien lag de import bijna stil als gevolg van de blokkade van Akaba. Jordanië leed door de Golfcrisis een verlies van $ 1,5 miljard op jaarbasis. Bovendien had het land een buitenlandse schuld van minstens $ 12 miljard. De werkloosheid steeg van 15% in 1990 tot 30% begin 1991, voornamelijk veroorzaakt door de gedwongen terugkeer van 300 000 Palestijnse Jordaniërs uit Koeweit en de Golfstaten. In 2001 was de werkloosheid volgens officiële cijfers 16%, maar officieuze cijfers spraken van 25-30%. De Jordaanse arbeidsmigratie was geleidelijk weer opgelopen tot 300 000 mensen in 2001. Dankzij goede resultaten in de mijnbouw, de landbouw en het toerisme steeg het bnp van 1993 tot 1995 met 6% per jaar. Daarna liep de groei terug tot een kleine 3% in 2001. Het bnp in 1991 bedroeg $ 4,2 miljard.

Tien jaar later was dit meer dan verdubbeld tot $ 8,8 miljard. Maar gecorrigeerd voor de bevolkingsgroei was de economische groei minder spectaculair. In 1996 was het bnp per hoofd van de bevolking $ 1650. In 2001 was dit $ 1750. De bezuinigingen, die in nauwe samenwerking met het IMF waren uitgestippeld, zorgden ervoor dat de buitenlandse schuld terugliep van de hoge $ 9,5 miljard in 1991 (het financiële gevolg van de Golfoorlog) naar $ 7,85 miljard in 2001. De Jordaanse economie is een typische diensteneconomie. In 2001 werd meer dan 73% door de dienstensector gegeneerd. In 1981 was dit 64%. Koning Abdoellah probeert sinds 1999 de economie verder te privatiseren en voert een behoedzaam monetair beleid volgens de richtlijnen van het IMF.
Jordaanse economie
Jordaanse economie. Beeld travelinside.nl
Dit beleid stimuleerde de productiviteit en trok buitenlandse investeringen aan. Keerzijde was de hoge werkloosheid

"Jordanië" © Schriftelijke door en Encarta

Tilpasset søgning