Griekenland
Griekenland in de 20e eeuw : De jaren tachtig en negentig
Beelden Griekenland

Intussen had Karamanlis bij de verkiezingen van 20 november 1977 weer de absolute meerderheid behaald, hoewel hij enige verliezen moest incasseren. Tijdens zijn vierde regeringsperiode kon hij zijn politiek van aansluiting bij de Europese Gemeenschappen voltooien: de gesprekken over de toetreding van Griekenland tot de EG waren onder zijn regering in 1962 begonnen en leidden tot de feitelijke toetreding op 1 januari 1981. Voorts volgde Karamanlis een actieve ‘Oostpolitiek’. In 1980 werd hij tot president gekozen. In 1981 werd de in 1974 opgerichte Panhelleense Socialistische Partij (PASOK) van Andreas Papandreou de grootste partij. Papandreou werd minister-president en stelde hervormingen in het vooruitzicht, die echter maar deels werden gerealiseerd (bijv. het burgerlijk huwelijk, sociale verbeteringen). In 1985 werd de partijloze Christos Sartzetakis tot president gekozen. In hetzelfde jaar verloor de PASOK bij parlementsverkiezingen haar absolute meerderheid, maar als grootste partij mocht zij doorregeren. Verkiezingen in 1989 brachten geen duidelijke winnaar en het land werd tot april 1990 door interim-kabinetten geleid. Daarna vormde Konstantinos Mitsotakis een ND-regering.

De oude Karamanlis werd opnieuw tot staatshoofd gekozen. Vanaf het eind van 1990 kwam een steeds groeiende stroom Griekssprekende vluchtelingen uit Albanië op gang, die grote problemen veroorzaakte, zowel wat opvang betreft als in de relaties met Albanië. De erkenning door de EG van de ex-Joegoslavische republiek Macedonië werd door Griekenland lange tijd tegengehouden, omdat het land bang was dat de nieuwe republiek aanspraken zou doen gelden op de Griekse provincie van die naam. Eind 1993 won de PASOK de verkiezingen, waarop Papandreou wederom premier werd. In maart 1995 trad president Karamanlis af. Hij werd opgevolgd door Kostas Stefanopoulos, een partijloze centrum-rechts politicus. In hetzelfde jaar werd Griekenland volledig lid van de West-Europese Unie.

De toch al slechte betrekkingen met Turkije naderden in januari 1996 een dieptepunt toen de landen bijna in oorlog raakten met het buurland over een onbewoond Griekse eilandje voor de Turkse kust. In dezelfde maand werd de ernstig zieke Papandreou, die in juni zou overlijden, als premier vervangen door Kostas Simitis. Bij de vervroegde parlementsverkiezingen van september 1996 behield de PASOK haar meerderheid in het parlement. In het slepende conflict met Albanië over de positie van de Griekse minderheid in dat land en de in Griekenland werkende Albanezen leek verbetering te komen door de ondertekening in maart 1996 van een vriendschapsverdrag. De relatie met Turkije bleef gespannen, vooral door de kwestie-Cyprus. Het door Griekenland gesteunde voornemen van Cyprus luchtafweerraketten te plaatsen, werd

president Karamanlis
president Karamanlis.
pas ingetrokken na Turkse oorlogsdreiging (1998). Binnen de EU blokkeerde Griekenland enkele malen economische steun aan en toenadering tot Turkije. Nadat beide landen in 1999 getroffen werden door zware aardbevingen en elkaar bijstonden, volgde voorzichtige toenadering.
Griekenland nam als lid van de NAVO in 1999 een dubbelzinnige houding aan in de Kosovo-oorlog. Het Griekse volk voelt zich traditioneel verbonden met het Servische dat ook het orthodox-christelijke geloof aanhangt. Een grote meerderheid van de Grieken was fel tegen de NAVO-aanvallen die vanaf eind maart op Servië werden uitgevoerd. De Griekse regering deed aanvankelijk een beroep op de NAVO de bombardementen te staken, maar moest onder druk van de Verenigde Staten haar positie herzien. Dit bracht premier Simitis in een precaire situatie, omdat hij de nationalisten in zijn partij tevreden moest zien te houden en anti-NAVO-acties in Griekenland voortduurden. Emmanuel Buchot en Encarta.
Tilpasset søgning