Japan
Japanse economie
Foto's van Japan

Sinds de Tweede Wereldoorlog heeft Japan een krachtige economische expansie gekend. Het land maakte een soort industriële revolutie door. De naoorlogse periode laat zich in drie fasen indelen: 1. heropbouw (tot ca. 1953) en ontwikkeling van de grondstoffenindustrie (tot ca. 1960); 2. uitbouw van de consumptiegoederenindustrie (tot ca. 1965); 3. sindsdien een onvergelijkbare expansie van de verwerkende industrie, sinds de jongste tijd verbonden met hoge exportoverschotten. De basis voor deze economische expansie werd o.a. gelegd door maatregelen van de Amerikaanse bezettingsmacht (landbouwhervorming, het in zelfstandige ondernemingen opsplitsen van grote concerns en de invoering van een modern vakbondensysteem – zie ook § geschiedenis),

zeer hoge persoonlijke spaarquotes, een zeer hoog opleidingsniveau, de import van technologie en relatief lage kosten voor de ontwikkeling van eigen technologieën, een van oudsher bestaande, harmonische verhouding tussen de sociale partners (o.a. gebaseerd op de wijd verbreide levenslange verbondenheid en trouw met de onderneming waar men werkt) en een nauwe samenwerking tussen regering en economie.

In de periode 1965–1990 groeide het bruto nationaal product (bnp) per hoofd van de bevolking gemiddeld met 4,7% per jaar, het hoogste percentage ter wereld. In 1994 bedroeg het bnp per hoofd van de bevolking $ 34 630. De inflatie is er relatief laag, in de periode 1985–1994 1,3%, dankzij een krachtig anti-inflatiebeleid van de centrale bank.

Het werkloosheidspercentage ligt internationaal gezien op een laag niveau maar is de laatste jaren gestegen (in 1995: 3,2%, in 1997: 3,4%, in 2001: 5,5%). Vanaf 1990 verkeert Japan in een economische recessie (van 1990 tot 1996 bedroeg de jaarlijkse groei 1,2%, in 1997 -0,4% en in 1998 –2,2%) en leidde de voortdurende financiële crisis ten gevolge van de sinds 1990 ingezakte beurskoersen en onroerendgoedprijzen tot de ondergang van een aantal kleinere en grotere financiële instellingen. Aan het begin van de 21ste eeuw herstelde de economie zich. In 2007 bedroeg het groeipercentage 2. De werkloosheid bereikte met 3,7% het laagste niveau in negen jaar tijd. Het handelsoverschot steeg met 59% tot 5,1 biljoen yen. Japan had jaren te kampen gehad met een lage consumptiebereidheid en deflatie.

Japanse economie
Japanse economie. © Beeld Emmanuel Buchot.
M.n. de Verenigde Staten dringen sinds het midden van de jaren tachtig aan op een verhoging van de consumptieve investeringen (huisvesting, gezondheidszorg, sociale voorzieningen). Hierdoor zou de productie minder snel groeien en de interne vraag toenemen, waardoor de enorme export naar de Verenigde Staten zou afnemen. Mede ten gevolge van deze druk werd in 1986/1987 door de overheid $ 23,5 miljard meer besteed dan aanvankelijk was begroot. Tachtig procent van dit bedrag ging naar huisvesting. Zulke ‘stimuleringspakketten’ keren regelmatig terug in steeds grotere hoogte (1996: $ 300 miljard). Meer info op Lonely Planet. © Emmanuel Buchot en Encarta.
Tilpasset søgning