Japanse geschiedenis in de 20e eeuw : Jaren zeventig en tachtig
|
Foto's van Japan |
|
In juli 1972 werd Kakuei Tanaka door de partij tot opvolger van Sato gekozen. Onder Tanaka vond erkenning van de Volksrepubliek China plaats, terwijl de relaties met Taiwan werden verbroken. Opzien baarde het optreden van de terreurorganisatie het Rode Leger (zie Zengakoeren), zowel in Japan als daarbuiten (Tel Aviv 1972; Den Haag 1974). In december 1974 trad Tanaka af, mede ten gevolge van schandalen rond zijn persoon. Hij werd opgevolgd door Takeo Miki. Miki nam de econoom Yasuo Fukuda, de voornaamste tegenspeler van Tanaka, als vicepremier in zijn regering op, evenals Masajoshi Ohira als minister van Financiën. Miki kon binnen de LDP dan ook op een brede steun rekenen. Het schandaal rond de omkoping van politici door een vliegtuigfabriek (zie Lockheedaffaire) werd, hoewel Miki er niet direct bij betrokken was, toch de aanleiding van zijn aftreden. Er ontbrandde een heftige factiestrijd binnen de LDP tussen m.n. Miki en Fukuda. Bij de verkiezingen in december 1976 leed de LDP een zware nederlaag en Miki trad af. Fukuda werd premier en bleef in 1977 een straf anti-inflatiebeleid voeren. |
In 1978 werd een vredes- en vriendschapsverdrag tussen Japan en China gesloten. Tussen de westerse landen en Japan werden de botsingen over de economische politiek van Japan steeds heftiger. Het Westen wilde dat Japan zijn uitvoer vrijwillig zou beperken. Eind november trad Fukuda af nadat hij bij de voorverkiezingen voor het voorzitterschap van de LDP door zijn rivaal Ohira was verslagen. Deze werd in december als premier geïnstalleerd. Hoewel Ohira bij de door hem uitgeschreven algemene verkiezingen in oktober 1979 met de LDP een gevoelige nederlaag leed, wist hij toch zijn positie als voorzitter van de LDP te behouden en werd opnieuw premier. Door zich in grote conflicten zo veel mogelijk neutraal op te stellen haalde Ohira zich in toenemende mate de toorn van de grote mogendheden op de hals. Vrij plotseling viel in mei 1980 het kabinet-Ohira door een motie van wantrouwen. |
De verkiezingen van juni 1980 leverden voor de regerende LDP een groot succes op. Kort voor die verkiezingen overleed Ohira. Hij werd opgevolgd door Zenko Suzuki. |
In oktober 1982 deden de verdeeldheid binnen de LDP en de verslechterde economische situatie Suzuki besluiten af te treden. Zijn opvolger, Yasuhiro Nakasone (LDP), verhoogde de defensie-uitgaven, knoopte nauwere relaties aan met de Verenigde Staten en vergrootte de Japanse betrokkenheid in internationale aangelegenheden. De LDP won in de verkiezingen voor het Hogerhuis (juni 1983) drie zetels, waarmee zij op een totaal van 137 van de 252 zetels uitkwam. Zes maanden later werd Nakasone gedwongen vervroegde verkiezingen uit te schrijven, omdat de zeer invloedrijke, maar van corruptie beschuldigde Tanaka weigerde op te stappen. Hoewel de LDP bij deze verkiezing de meerderheid verloor, bleef Nakasone premier, nu als hoofd van een coalitieregering. Vanaf 1984 bezuinigde hij sterk op de overheidsuitgaven, reorganiseerde het overheidsapparaat, privatiseerde overheidsbedrijven (de nationale spoorwegen) en maakte een einde aan het rigide examenstelsel in het onderwijs. Bij de verkiezingen van juli 1986 boekte de LDP een enorme winst, waardoor Nakasone partijvoorzitter en premier bleef. In juli 1987 deed zich binnen de LDP een politieke aardverschuiving voor: 113 leden van de Tanaka-factie richtten een eigen factie op. Drie maanden later legde Nakasone zijn functie van partijvoorzitter en premier neer. Hij beval Noboru Takeshita aan als zijn opvolger, en op 6 november stemde het parlement hiermee in. Takeshita voerde de al sinds jaren voorgestelde en bekritiseerde gebruikersbelasting (een soort btw) in. |
![]() |
Takeo Miki |
Corruptie. Het Recruit-schandaal, waarbij enkele regeringsleden tegen een lage prijs Recruit-aandelen konden kopen, leidde in december 1988/januari 1989 tot het ontslag van enkele ministers. In juni 1989 moest ook Takeshita zelf opstappen, toen uitkwam dat hij aanzienlijke verkiezingsbijdragen van het Recruit Cosmos-concern had ontvangen. Bij de verkiezingen voor het Hogerhuis in juli 1989 leed de LDP een zwaar verlies, vooral ten gunste van de socialistische JSP. Desondanks werd Toshiki Kaifu van de LDP tot premier benoemd. |
Bijna alle politici die door het Recruit-schandaal moesten verdwijnen, werden herkozen, onder wie de oud-premiers Nakasone en Takeshita, die tot aan zijn dood op 16 juni 2000 parlementslid bleef en de grote man achter de schermen binnen de LDP. Kaifu bleef evenwel alle bij dit schandaal betrokkenen uit zijn kabinet weren. Daardoor werd zijn positie binnen de LDP zwak en uiteindelijk zag hij af van een tweede ambtstermijn. In november 1991 werd Kiichi Miyazawa premier. Van de 21 ministers in het nieuwe kabinet waren er negen betrokken bij het Recruit-schandaal. © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta |
Tilpasset søgning
|