Japan
Japan: Jaren negentig
Foto's van Japan
Jaren zeventig en tachtig

Oorlogsverleden. De betrekkingen met Noord- en Zuid-Korea verbeterden, toen Japan in de loop van 1990 bij monde van keizer Akihito excuses aan zijn voormalige kolonie aanbood; een gebaar tot dan toe door Japan geweigerd. Beide landen ontvingen excuses voor ‘het ongelukkige verleden dat Japan Korea had aangedaan’. In 1991 sprak premier Kaifu tijdens een reis door Zuidoost-Azië zijn spijt uit over Japans oorlogsverleden. En in 1992 betreurde keizer Akihito tijdens een staatsbezoek aan de Volksrepubliek China het leed dat de Japanners het Chinese volk hadden toegebracht. In augustus 1994 maakte de Japanse regering bekend dat zij als gebaar naar de landen die hebben geleden onder de Japanse bezetting, de komende tien jaar 100 miljard yen ter beschikking zal stellen voor historisch onderzoek en uitwisselingsprogramma's. Premier Miyazawa slaagde er in 1992 in de ‘Wet op de vredeshandhavende operaties’ te doen aannemen. Volgens deze wet mogen maximaal 2000 manschappen van het Japanse zelfverdedigingsleger in het buitenland deelnemen aan vredesoperaties van de Verenigde Naties. In september besloot het parlement om 1203 militairen en burgers met een VN-missie naar Cambodja te sturen.

De weigering van premier Miyazawa over te gaan tot de toegezegde hervorming van het kiesstelsel leidde tot vervroegde verkiezingen in juli 1993. Als gevolg van het verlies van de absolute meerderheid moest de LDP toestaan dat – voor het eerst in 38 jaar – een regering werd gevormd waaraan zij niet deel zou nemen. Premier werd Morihiro Hosokawa, leider van de kort daarvoor in 1992 gevormde Nieuwe Partij van Japan.

Hosokawa raakte in maart 1994 in opspraak door zakelijke transacties uit het verleden, waarna hij in april aftrad. De minderheidsregering-Hata hield het slechts twee maanden uit. Eind juni viel de LDP in tweeën uiteen, nadat de factie van oud-premier Kaifu zich tegen de LDP-leiding had gekeerd, die de socialist Murayama tot premier wilde benoemen van een historisch coalitiekabinet, gevormd door de liberale LDP en de socialisten, voorheen aartsrivalen.

In januari 1995 kostte een aardbeving in Kobe en omgeving het leven aan meer dan 5300 mensen. De totale schade werd geschat op bijna tweehonderd miljard gulden. Nog geen twee maanden later werd de metro van Tokio het doelwit van een aanslag met het dodelijke zenuwgas sarin, waarbij twaalf mensen omkwamen en 5500 gewond raakten.

De Sociaaldemocratische Partij (SDPJ) van premier Murayama leed in juli 1995 verlies bij de Hogerhuisverkiezingen, waarin elke drie jaar opnieuw wordt beslist over de helft van het aantal zetels. De coalitieregering van SDPJ, LDP en de Sakigake-partij, een kleine afsplitsing van de LDP, behield haar meerderheid. De regering kondigde steunmaatregelen aan voor de kwakkelende economie, die in september 1995 een werkloosheidscijfer van 5,5% liet zien, inclusief de verborgen werkloosheid.

Begin januari 1996 maakte de sociaaldemocratische premier Murayama zijn aftreden bekend. Hij werd opgevolgd door de voorzitter van de Liberale Democratische Partij (LDP), Ryutaro Hashimoto. Bij vervroegde verkiezingen in oktober 1996 won de LDP, maar een absolute meerderheid bleef uit (239 van de 500 zetels; het Lagerhuis telde vanaf 1996 500 zetels). In november werd Hashimoto herkozen als minister-president en vormde hij een LDP-minderheidsregering. De regering maakte in februari 1996 maatregelen bekend voor de deregulering van de economie en in november volgden maatregelen voor de hervorming van het financiële systeem, waarbij o.a. de concurrentie tussen banken, effectenhuizen en verzekeringsbedrijven werd vergroot door ze toegang te geven tot elkaars markten.

In januari 1997 stapte voormalig premier Hata uit de grootste

Ryutaro Hashimoto
Ryutaro Hashimoto.
oppositiepartij, de Shinshinto, en richtte met twaalf medestanders een nieuwe politieke partij op, de Taiyoto (Zonnepartij). Premier Hashimoto presenteerde in september 1997, kort na zijn herverkiezing als president van de regerende LDP, zijn derde kabinet, wederom een minderheidsregering. In diezelfde maand besloten Japan en de Verenigde Staten tot een nieuw stelsel van richtlijnen voor samenwerking op het gebied van de defensie.

Een belangrijk gevolg daarvan was dat Japan voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog ook buiten het eigen territorium militaire activiteiten kon ontplooien. In 1997 werden bestuurders van een aantal grote ondernemingen gearresteerd, omdat zij illegale betalingen zouden hebben gedaan aan afpersers van bedrijven. Het Japanse bedrijfsleven bepleitte begin 1998 opnieuw belastingverlaging, terwijl de stimuleringspakketten van de overheid vooral gericht zijn op openbare werken. In januari 1998 verslechterde de positie van premier Hashimoto nadat zijn minister van Financiën gedwongen was ontslag te nemen wegens het aannemen van steekpenningen door ambtenaren van zijn ministerie. Nadat de regerende LDP bij verkiezingen voor het Hogerhuis een nederlaag leed, trad Hashimoto in juli 1998 als premier terug. Zijn opvolger Keizo Obuchi, die overigens tot dezelfde factie binnen de LDP behoort als Hashimoto, trok voormalig premier Miyazawa aan als minister van Financiën in de hoop het geschonden vertrouwen in de financiële sector te herstellen.

Na langdurige onderhandelingen tussen de zittende premier Obuchi van de Liberale Democratische Partij (LDP) en partijleider Ichiro Ozawa, van de Liberale Partij (LP) werd op 14 januari 1999 aangekondigd dat de LP tot de regering zou toetreden. De nieuwe coalitie had een ruime meerderheid in het Lagerhuis (304 van de 500 zetels) maar niet in het Hogerhuis (116 van de 252 zetels).

Keizo Obuchi
Keizo Obuchi
In reactie op reeds lang bestaande druk om het openbaar bestuur doorzichtiger te maken, kondigde Obuchi begin januari een pakket van maatregelen aan om de bestuurlijke structuur te vereenvoudigen door de invoering van meer politieke controle op de bureaucratie, decentralisering en deregulering. Concrete maatregelen zijn vermindering van het aantal ministeries van 22 naar 12 in 2001 en een reductie van het aantal overheidsambtenaren met 25%. Na de herverkiezing van Obuchi op 21 september 1999 tot voorzitter van de LDP presenteerde hij op 5 oktober weer een nieuw kabinet. Van deze coalitie maakte naast de LDP en de LP ook de Nieuw Komeito deel uit, een partij die de steun heeft van de grootste boeddhistische lekenorganisatie van Japan, de Soka Gakkai. © Schriftelijke door en Encarta
Tilpasset søgning