Italië
Italië : Politieke partijen en vakbeweging
Foto's Italië

Italië werd sedert 1948 onafgebroken door de christendemocraten, al of niet in een coalitie met andere partijen, geregeerd, totdat begin jaren negentig door wijdvertakte corruptieschandalen, waarbij ook vooraanstaande politici betrokken waren, de bestaande partijen in diskrediet raakten en plaats moesten maken voor omgevormde of zelfs hele nieuwe partijen. De meest invloedrijke politieke partij was tot het begin van de jaren negentig de Democrazia Cristiana (DC), opgericht in 1943 als erfgenaam van de katholieke Partito Populare Italiano (PPI). In 1994 viel zij in tweeën uiteen: de linkervleugel ging door onder de oude naam van de partij, PPI, en de rechtervleugel ging verder onder de naam Centro Cristiano Democratico (CDD).

De Partito Comunista Italiano (PCI), opgericht in 1921 na een scheuring in de socialistische beweging, was lange tijd de tweede partij van het land. De PCI stelde zich in de loop der jaren op het terrein van de buitenlandse politiek steeds onafhankelijker van Moskou op (EEG en NAVO werden bijv. als gegeven geaccepteerd) om zodoende op binnenlands terrein met een gematigd beleid aansluiting bij de regeringspartijen te krijgen (zie ook het zgn. eurocommunisme van PCI-leider Berlinguer). In 1990 besloot de partij, als reactie op de gebeurtenissen in Oost-Europa, zich van het communisme af te wenden en een nieuwe linkse politieke partij op te richten, de Partito Democratico della Sinistra (PDS), die niettemin thans veel dichter bij het politieke midden staat dan voorheen.

Enkele communisten weigerden de oude idealen op te geven en richtten de Partito della Rifondazione Comunista (PRC) op. In 1998 splitste een gematigde vleugel zich af van de PRC en ging verder onder de naam Communisti Italiani (CI). De linkse partijen (PDS, PRC, PPI, I Verde [de Groenen] en de Lista Dini) gingen bij de verkiezingen van 1996 een lijstverbinding aan onder de naam l'Ulivo (de Olijfboom), die dat jaar een meerderheid in het parlement verwierf. Voor de verkiezingen van 2006 werd de groep nog breder, onder de naam De Unie.

Het rechterblok, het Casa delle Libertà (Huis van de Vrijheden), bestaat eveneens uit vernieuwde of helemaal nieuwe partijen. De grootste van hen is Forza Italia (Italië Vooruit), de populistische partij van media-ondernemer Silvio Berlusconi. In november 2007 richtte Berlusconi een nieuwe partij op, voorlopig aangeduid met Partij van het Italiaanse volk van de vrijheid. Forza Italia ging in deze partij op. De Alleanza Nazionale (AN) is sinds 1994 de nieuwe naam voor de in 1946 opgerichte neofascistische Movimento Sociale Italiano (MSI). De AN schoof wel iets meer op naar het politieke midden. Ook de CCD behoort tot dit blok. Een belangrijke factor met betrekking tot de toekomstige staat Italië was de oprichting van Lega Nord in 1989, die onder leiding van Umberto Bossi streeft naar een splitsing van Italië naar Tsjechoslowaaks model en de oprichting van een onafhankelijk Noord-Italië onder de naam Padanië. Bij de verkiezingen van 2001 werd Casa het grootste blok in de Kamer van Afgevaardigden.

Silvio Berlusconi Italie
Silvio Berlusconi Italie

Na de verkiezingen van 10 april 2006 waren de in totaal 630 zetels in de Kamer van Afgevaardigden als volgt verdeeld: De Unie 348, Huis van de Vrijheden 282.

Partijen met een lange geschiedenis, zoals de Partito Socialista Italiano (PSI; opgericht in 1892), de Partito Social-Democratico (PSDI; opgericht in 1947), de Partito Liberale Italiano (PLI; opgericht in 1848 door Cavour) en de kleine Partito Repubblicano Italiano (PRI; opgericht in 1897), verdwenen begin jaren negentig van het politieke toneel.

De grootste vakbond is de federatie van de communistischsocialistische CGIL (opgericht in 1906), de rooms-katholieke CISL en de socialistisch/sociaaldemocratisch/republikeinse UIL (samen 10,7 miljoen leden). De neofascistische CISNAL (bijna 2 miljoen leden) heeft veel invloed. Daarnaast bestaan veel zgn. autonome vakverenigingen, die niet bij een van de drie grote vakbonden zijn aangesloten en die werknemers per sector (bijv. onderwijzend personeel) vertegenwoordigen. © Emmanuel Buchot en Encarta.

Tilpasset søgning