Italië : Landbouw, veehouderij, bosbouw en visserij
|
Foto's Italië |
|
De arbeidsproductiviteit in de landbouw is niet hoog: hoewel 6% van de beroepsbevolking in 2000 werkzaam was in de landbouw, bedroeg het aandeel van deze sector aan het bnp slechts 3%. In Midden- en Zuid-Italië draagt de agrarische structuur nog vaak een traditioneel karakter. Globaal gesproken is overal ten zuiden van de Arno de landbouw het dominerende bestaansmiddel, behalve rondom Napels en Rome. De verscheidenheid aan bedrijfstypen en bodemgebruik is groot. Van invloed hierop is m.n. de per seizoen wisselende neerslagfrequentie. Slechts in de herfst en winter valt er voldoende neerslag om de verbouw van een groot aantal gewassen mogelijk te maken, maar de oogsten daarvan moeten geschieden voor de aanvang van het droge seizoen. In het droge seizoen komt in deze streken de verbouw van akkerbouwgewassen nagenoeg tot stilstand en daarom is de maïsverbouw in de zuidelijke streken minder verbreid dan men op grond van het temperatuurverloop zou mogen verwachten. Wijnbouw en olijfteelt zijn daarentegen zeer karakteristiek voor deze streken. |
Ook een bepaalde hellingsgraad legt de akkerbouw in vele streken beperkingen op. Slechts 20% van Italië bestaat uit laagvlakten. De steile hellingen in het resterende gedeelte worden doorgaans benut voor de bosbouw of als (schrale) weidegronden. De Povlakte is het meest productieve agrarische gebied van Italië. De grootte van de bedrijven is ook regionaal sterk verschillend. Gebieden waar doorgaans gemiddeld grotere bedrijven worden aangetroffen, zijn de hogere delen van de Alpen en delen van de Apennijnen. In het algemeen overheerst echter het kleinbedrijf. Het voornaamste graangewas is tarwe, gevolgd door maïs en rijst. De tarwe is vooral in Midden- en Zuid-Italië geconcentreerd (grondstof voor pasta's). De maïsverbouw vindt vooral plaats in de laagvlakten ten noorden van de Po en verder ook in Abruzzi, Campania en Sicilië. |
De (geïrrigeerde) rijstverbouw wordt uitgeoefend in de Povlakte rondom Milaan tussen de rivieren Dora Baltea en Adda. Andere verbouwde gewassen zijn peulvruchten (niet alleen belangrijk als basiselement voor het volksvoedsel, maar ook voor de export: Italië is Europa's grootste producent van sojabonen), in geheel Italië, aardappelen vooral in Midden-Italië, tabak in Apulië, hennep rondom Napels en in de Podelta en katoen op Sicilië. De teelt van groenten en fruit is over geheel Italië verspreid. Bloementeelt wordt o.m. in Ligurië aangetroffen. Naast de veldgewassen vormen de boomcultures (druiven, olijven, citrusvruchten) een typisch element van het agrarische landschap. |
![]() |
Olijfoogst in Italie. |
Wijnbouw treft men in geheel Italië aan en iedere streek is min of meer zelfvoorzienend (met uitzondering van de grote stedelijke centra). De wijnproductie bestaat voor twee derde uit rode en voor een derde uit witte wijnen (zie voorts Italiaanse wijnen). De olijventeelt wordt zowel in gespecialiseerde als in gemengde vorm uitgeoefend in veelal heuvelachtige gebieden, vooral in Apulië en Calabrië. De olijven worden voor het grootste deel verwerkt tot olijfolie. Ook de citruscultures (sinaasappelen en citroenen) komen in de zuidelijke gebieden voor (Sicilië, Calabrië en Campania). Het noorden is daarentegen weer het belangrijkste productiegebied van appels, peren en pruimen (Emilia-Romagna). In Zuid-Tirol bevindt zich het grootste gebied met fruitboomgaarden (voor appels) van Europa. De moerbeibomen voor de zijdeteelt staan voor het merendeel in de Povlakte. |
Veehouderij. Runderteelt wordt vooral aangetroffen in Lombardije, Veneto, Piemonte en Emilia-Romagna. Schapen- en geitenteelt wordt meer bedreven op Sicilië en Sardinië. De varkensfokkerijen bevinden zich vooral in Emilia-Romagna en Lombardije. De melkproductie (van koeien), hoewel gering, is vrijwel geheel in Noord-Italië geconcentreerd. Melk wordt echter vnl. geïmporteerd uit Beieren. De spreiding van het bosgebied is als volgt: ca. 60% in Noord- en Midden-Italië en 40% in Zuid-Italië en op Sicilië en Sardinië. Ca. 23% van het totaaloppervlak is bebost. Na een eeuwenlange periode van grote ontbossingen worden nu herbebossingen uitgevoerd om erosie te voorkomen. |
![]() |
e schilderachtige Amalfikust. |
De bossen dienen voor hout- en brandstofvoorziening. Houtproducerende regioni zijn m.n. Trentino-Alto Adige en Lombardije. De Adriatische kust is voor de Italiaanse visserij het belangrijkst. In 1992 werd 355 miljoen kilo vis gevangen. De belangrijkste vissoorten zijn ansjovis, sardines, tonijn, weekdieren (inktvis o.a.) en schaaldieren. © Emmanuel Buchot en Encarta. |
Tilpasset søgning
|