Italië
Italië in de 20e eeuw : De Italiaanse republiek
Foto's Italië
Italië in de 60

Na de oorlog werd de oude strijdvraag: monarchie of republiek? weer opgerakeld. Victor Emanuel III, die door zijn medewerking aan het fascistische bewind was gecompromitteerd, trachtte de troon nog te redden door op 10 mei 1946 afstand te doen ten behoeve van zijn zoon Umberto II, maar langer dan vier weken duurde het koningsschap niet. Op 2 juni 1946 spraken de Italianen zich in een referendum met 12 tegen 10 miljoen stemmen uit voor de republiek. Umberto en zijn echtgenote Marie-José werden, samen met hun kinderen, verbannen. Pas in november 2003 werd de verbanning voor de mannelijke nazaten van Umberto II opgeheven, nadat zij de republiek hadden erkend. Op dezelfde dag als het referendum werd een constituerende vergadering gekozen, waarin links en rechts ongeveer evenveel zetels kregen. De christendemocraat Alcide de Gasperi, die in december 1945 een regering met socialisten en communisten (PCI) had gevormd, bleef eerste-minister.

In mei 1947 traden de linkse partijen uit de regering. De communisten onder Palmiro Togliatti en de linkssocialisten onder Pietro Nenni (PSI) verenigden zich tot een Volksfront, dat met steun van de vakbonden door stakingen en ongeregeldheden de regering aan het wankelen bracht. De parlementsverkiezingen van april 1948 leverden mede dankzij de houding van het Vaticaan en de Verenigde Staten de absolute meerderheid op voor de Democrazia Cristiana (DC), waardoor het voortbestaan van een democratisch en nauw met het Westen verbonden bewind was verzekerd (aansluiting bij de NAVO en de Europese Gemeenschap). Als grootste groepering – ca. 40% – bleef de Democrazia Cristiana de aangewezen regeringspartij, maar bij de verkiezingen van 1953 verloor zij haar absolute meerderheid, zodat zij op de steun van coalitiepartners werd aangewezen, waarvoor aan de rechterzijde de liberalen en in mindere mate de neofascistische MSI en de monarchisten in aanmerking kwamen en aan de linkerzijde de (van de socialistische partij afgescheiden) sociaaldemocraten en republikeinen.

Dit ging ten koste van de politieke stabiliteit, te meer daar binnen de Democrazia Cristiana de meningen sterk verdeeld waren. De Gasperi trad in 1953 af. In snel tempo wisselden de kabinetten elkaar af, geleid door rechtse (Pella, Scelba, Segni) of linkse christendemocraten (Fanfani, Zoli). De verkiezingen van 1958, waarbij de uiterst rechtse partijen verliezen leden en de christendemocraten en de Nennisocialisten winst boekten, brachten in deze toestand geen verandering. In de linkervleugel van de christendemocraten gingen steeds meer stemmen op voor samenwerking met de Nennisocialisten teneinde een meer vooruitstrevend beleid te kunnen voeren. © Emmanuel Buchot en Encarta.

Umberto II
Umberto II.
Tilpasset søgning