Italië
Italiaanse bevolking
Foto's Italië

In de loop der eeuwen is de bevolking van Italië ontstaan uit de samensmelting van diverse volken (Etrusken, Galliërs, Puniërs, Italiërs, Germaanse elementen). De invasies in historische tijd hebben maar weinig sporen nagelaten. Het mediterrane type komt voor ten zuiden van Rome, het Dinarische type in Friuli-Venezia en het alpine type ten noorden van Rome. Naast de etnische bestaat – door de vitaliteit van de Italiaanse dialecten – ook een linguïstische verscheidenheid; een en ander versterkt nog het particularisme, dat door de geografische omstandigheden ontstond. Eind 19de en begin 20ste eeuw leidde de snelle bevolkingsgroei tot grote emigratie.

Uit Noord-Italië ging men vooral naar Midden- en West-Europa, uit Midden- en Zuid-Italië naar de Verenigde Staten, Brazilië en (vooral) Argentinië. Vele emigranten keerden echter na een aantal jaren naar hun geboorteland terug. In de jaren dertig is de emigratie verminderd. Na de Tweede Wereldoorlog nam zij weer toe, zij het in aanzienlijk mindere mate. Sinds 1983 echter overtreft de immigratie de emigratie. Naast de emigratie heeft er ten tijde van de onstuimige economische groei na de Tweede Wereldoorlog ook een omvangrijke binnenlandse migratie plaatsgevonden; een deel van de plattelandsbevolking, m.n. in het zuiden, is weggetrokken. Vooral de noordelijke industriesteden (Turijn, Genua, Milaan) en Napels en Rome trokken honderdduizenden migranten aan. De gebieden rondom deze steden bezitten dan ook de hoogste bevolkingsdichtheid. Ca. 18% van de bevolking woont in steden van meer dan 350 000 inwoners.

Het geboortecijfer is tussen 1980 en 2000 gedaald van 11,6 naar 9,1‰. Doordat in genoemde periode het sterftecijfer veel minder daalde en zelfs weer ging toenemen (van 9,9 naar 10,0‰), nam de natuurlijke aanwas af van 2,5‰ in 1980 tot 0,1‰in 2000. Er treedt daardoor ook een veroudering van de bevolking op. In 2000 was nog maar 14% jonger dan 15 jaar. Door het positieve migratiesaldo groeide de bevolking nog wel, met 0,1%permil; in 2007. De levensverwachting bij geboorte bedraagt 77,7 jaar voor mannen en 83,1 jaar voor vrouwen.

Religie

Ruim 90% van de bevolking behoort officieel tot de rooms-katholieke kerk.

Italiaanse stad
Italiaanse stad. Beeld E. Buchot
Op 12 februari 1984 tekenden de Italiaanse overheid en het Vaticaan een concordaat dat het principe van de rooms-katholieke religie als staatsgodsdienst, vastgelegd in de verdragen van Lateranen (1929), losliet. De rooms-katholieke kerk is ingedeeld in een zeer groot aantal (ca. 300) gebieden, nl. bijzondere ressorten als vrije prelaturen, abdijen onder een abbas nullius (zie abt), aartsbisdommen en bisdommen, waarvan een deel rechtstreeks onder de Heilige Stoel valt. Er zijn ca. 500 000 protestanten en orthodoxen en ca. 35 000 joden. Door recente immigratie is het aantal moslims toegenomen. De belangrijkste protestantse kerk is de Waldenzische kerk.
Het Italiaans is de landstaal; in de provincie Bolzano (Zuid-Tirol) spreekt men veel Duits, in enkele dalen van Piemonte en Valle d'Aosta wordt veel Frans gesproken; in de dalen van de Dolomieten en in de regione Friuli-Venezia Giulia Raetoromaans. © Emmanuel Buchot en Encarta.
Tilpasset søgning