Geschiedenis van Israël : De jaren 1997-2000 |
| Foto's van Israël |
16/08/11
|
Het vredesproces raakte verder in het slop toen Netanyahu in februari 1997 de bouw aankondigde van de joodse woonwijk Har Homa in Oost-Jeruzalem. In september van dat jaar werd begonnen met de bouw van nieuwe joodse nederzettingen in Efrat, op de Westelijke Jordaanoever. De Verenigde Staten gaven in oktober 1997 openlijk blijk van hun afkeuring over het beleid van de regering-Netanyahu. Ook binnen de Arabische wereld en de EU nam de onvrede toe over de Israëlische politiek. In november werd onder grote Amerikaanse druk het overleg hervat tussen Israël en Palestijnse delegaties over de verdere uitwerking van de gebiedsoverdracht. In Israël zelf boette Netanyahu's prestige in door onder meer een beschuldiging jegens corruptie, een mislukte moordaanslag op een Hamasleider door de Israëlische geheime dienst en door een eigenzinnige poging van Netanyahu het verkiezingsreglement van Likud naar zijn hand te zetten. |
Ook binnenslands groeide het verzet tegen de Israëlische aanwezigheid in Libanon, waar het leger verschillende aanvallen uitvoerde op de pro-Iraanse Hezbollah. In juni 1997 koos de Arbeiderspartij de voormalige chef-staf Ehud Barak tot partijleider, als opvolger van Shimon Peres. In de Palestijnse Autonome Gebieden (Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook) verslechterde de algemene leefsituatie aanzienlijk door de collectieve strafmaatregelen van Israël naar aanleiding van de bomaanslagen door Hamas. 70 000 Palestijnen konden door de grenssluitingen niet naar hun werk. Ook de Palestijnse leider Arafat verloor aan prestige door het vastlopen van het vredesproces en de toenemende corruptie in Palestijnse kring. |
Hamasleider Ahmed Yassin kwam in oktober 1997 vrij bij een gevangenenruil, waarbij ook de Mossadagenten betrokken waren die eerder dat jaar een mislukte aanslag hadden gepleegd op een Hamasleider in Amman. Amerikaanse druk op Netanyahu leidde uiteindelijk tot het akkoord van Wye Plantation dat onder leiding van de Amerikaanse president Clinton in oktober 1998 werd gesloten door Arafat en Netanyahu. De Jordaanse koning Hoessein, die ter behandeling van kanker in de Verenigde Staten verbleef, had zich actief bemoeid met de totstandkoming van het akkoord. Het akkoord bepaalde dat Israël zich uit 13,1 procent van de Westelijke Jordaanoever zou terugtrekken. Arafat beloofde op zijn beurt harder op te treden tegen terroristische aanslagen van Hamas en voorts om het Palestijns Handvest te herzien. Het Israëlische nederzettingenbeleid bleek de uitvoering van Wye Plantation in de weg te staan.Eind 1998 viel Netanyahu’s kabinet. Er werden nieuwe verkiezingen uitgeschreven voor parlement en premier in mei 1999. Likud koos Netanyahu opnieuw tot kandidaat-premier en lijsttrekker. De parlementsverkiezingen van medio mei 1999 gaven een sterk verlies voor de Likud-partij te zien; deze zakte van 32 zetels teug naar 19. Een grote winnaar was de ultraorthodoxe Shasspartij, die 10 zetels won. De Arbeiderspartij bleef de grootste, al liep haar zetelaantal terug van 34 naar 27. Netanyahu trok zich onmiddellijk terug als premier. |
![]() |
Ahmed Yassin. |
De nieuwe premier werd Ehud Barak van de Arbeiderspartij. Netanyahu trad ook af als partijleider en werd opgevolgd door oudgediende Ariel Sharon. |
Tijdens zijn campagne had Barak beloofd het vredesproces met Syrië en de Palestijnen uit het slop te trekken. Hij baarde opzien met zijn concrete toezegging dat onder zijn bewind het Israëlische leger binnen één jaar Libanon verlaten zou hebben. Barak beloofde voorts dat over de teruggave van de Golan aan Syrië en terugtrekking van het Israëlische leger uit Zuid-Libanon een referendum de doorslag zou geven. In Baraks brede regeringscoalitie, die op 6 juli 1999 werd beëdigd, werden samen met Israël-Eén religieus-orthodoxe partijen als Shass, de Thorapartij en de Nationale Religieuze Partij, en de seculier linkse Burgerrechtenpartij van Sarid opgenomen. Na interventies van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Madeleine Albright, en de Egyptische president, Mubarak, sloten Barak en Arafat op 4 september 1999 een nieuw akkoord. In dit ‘Wye-2’ verplichtte Israël zich er o.m. toe dat 18,1% van bezet land op de Westelijke Jordaanoever in drie fases onder Palestijns gezag zou komen en dat ten minste 350 Palestijnse gevangenen zouden worden vrijgelaten. Op 1 oktober 2000 moest de bouw van een nieuwe haven in Gaza beginnen en een nieuwe zuidelijke verbindingsweg tussen Gaza en de Westelijke Jordaanoever worden geopend. Een noordelijke verbindingsweg zou in februari 2000 gereed moeten zijn. |
![]() |
Golan. |
De belangrijkste toevoeging in Wye-2 was een blauwdruk voor een alomvattende vrede tussen Israël en de Palestijnen, die op 13 februari 2000 afgerond zou moeten zijn en de basis moest vormen van een definitieve vredesregeling in september 2000. Hierna begon Israël met de uitvoering van het akkoord. In twee fases werden 350 Palestijnse gevangenen vrijgelaten en op 4 oktober 1999 werden protocollen voor de verbindingsweg tussen Gaza en Hebron ondertekend. In januari 2000 werd tussen Israël en de Palestijnen een akkoord gesloten over de overdracht van land op de Westelijke Jordaanoever. De onderhandelingen over de blauwdruk voor vrede, die in september 1999 waren begonnen, verliepen slecht. Vooral de status van Jeruzalem was een heikel punt. Uit protest tegen de voortgaande bouw van joodse nederzettingen staakten de Palestijnen de onderhandelingen begin december. Een geheime topontmoeting tussen Barak en Arafat, op 22 december 1999 in het Palestijnse Ramallah, bracht het vastgelopen vredesproces weer op gang. "Israël" © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta |
![]() Tilpasset søgning
|