Israël

Israël : de 21ste eeuw

Foto's van Israël
16/08/11

Israël trok zich in 2000 terug uit Zuid-Libanon, dat het sinds 1982 bezet had gehouden. De Verenigde Naties installeerden troepen langs de grens. Hezbollah vatte de terugtrekking op als een overwinning, vooral omdat haar aanvallen op het aan Israël gelieerde Zuid-Libanese Leger succesvol waren geweest.

Eind september 2000 brak een nieuwe Palestijnse opstand uit, de tweede Intifadah. Directe aanleiding tot de gewelddadigheden vormde een bezoek van de rechtse Israëlische oppositieleider Ariel Sharon aan de Tempelberg in Jeruzalem op 28 september. Aan de vredesonderhandelingen tussen Israël en de Palestijnen kwam een voorlopig einde. Mede door de Intifadah werd de toch al wankele positie van premier Ehud Barak onhoudbaar; hij trad in december af. De daarop volgende premiersverkiezingen in februari 2001 werden gewonnen door Sharon, die een kabinet vormde van nationale eenheid van Likud, de Arbeidspartij, de ultraorthodoxe Shass en vijf kleinere religieuze partijen.

De strijd escaleerde na de verkiezing van Sharon. Israël bestookte gebouwen van veiligheidsdiensten van de Palestijnse leider Yasser Arafat. Onderhandelingspogingen liepen vast op het geweld en Israëlische aankondigingen van nieuwe nederzettingen. Palestijnse zelfmoordaanslagen door vooral Hamas en de Israëlische inzet van F-16’s, helikopters en tanks en de liquidaties van Palestijnse leiders maakten een oplossing onwaarschijnlijk. Na 11 september 2001 kregen de Palestijnen steun uit onverwachte hoek toen de Amerikaanse president George W. Bush sprak over een Palestijnse staat naast Israël, zeer tot ongenoegen van Sharon. Amerikaanse en Europese druk leidden tot Israëlische terugtrekking uit de door de Palestijnse Autoriteit bestuurde gebieden; Arafat gaf instructies de gevechten te staken, maar Hamas en de Islamitische Jihad gaven hieraan geen gehoor.

Eind september kwamen Arafat en de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Shimon Peres een staakt-het-vuren overeen, dat echter nog geen maand stand hield. In december begon Israël met de belegering van Arafats hoofdkwartier in Ramallah op de Westelijke Jordaanoever.

Het geweld duurde in 2002 voort, met vele Palestijnse aanslagen en Israëlische legeracties. Sharon verklaarde dat het offensief zou voortduren tot de vernietiging van Arafats ‘terreurinfrastructuur’. Palestijnen benadrukten dat de civiele infrastructuur werd vernietigd, waarmee een eind kwam aan de Palestijnse staat-in-opbouw en daarmee aan het vredesproces. Vooral in Nabloes en Jenin vonden zware gevechten plaats, waarbij enorme schade werd aangericht. Onder buitengewoon zware Amerikaanse druk besloot Sharon uiteindelijk toch Arafats omsingeling op te geven in ruil voor de opsluiting in Palestijnse gevangenissen van de zes van moord op een Israëlische minister verdachte Palestijnen. Op 2 mei kwam Arafat als triomfator naar buiten.

Tweede Intifadah
Tweede Intifada.
Mede omdat Hamas doorging met het organiseren van zelfmoordaanslagen, werd alom getwijfeld aan Arafats leiderschap. Israël omsingelde opnieuw zijn hoofdkwartier om Arafat tot vertrek te bewegen, maar staakte die actie opnieuw na internationale druk.

De Arbeidspartij trok zich in oktober 2002 terug uit de regering, uit protest tegen de financiële steun aan nieuwe nederzettingen in bezet gebied. Vlak voor de verkiezingen in 2003 werden Israëlische plaatsen vanuit de Gazastrook door aanhangers van Hamas beschoten met raketten. Daarop volgde in de nacht van 25 op 26 januari de grootste Israëlische militaire inval sinds het begin van de tweede Intifadah, waarbij 13 Palestijnen werden gedood. De Palestijnse gebieden werden volledig afgesloten. Likud won de verkiezingen en vormde een coalitie met twee kleinere rechtse partijen.

Het Palestijnse parlement stemde in maart 2003 voor de aanstelling van een premier, die de almacht van Arafat over het Palestijnse bestuur moest beknotten. De als gematigd bekendstaande Mahmoud Abbas werd kort daarop benoemd. "Israël" © Schriftelijke door en Encarta

Tilpasset søgning