India
Indiase economie : Industrie en handel
Beelden India

Het aandeel van de industrie in het bruto nationaal product bedroeg in 1994 28% (1965: 22%). De grootste industriegebieden dateren uit de koloniale tijd. Het grootste is het gebied rond Bombay en Poona. De katoenindustrie (katoenteelt in Gujarat, Maharashtra) is hier de meest prominente industrie; verder vindt men er chemische, petrochemische, elektrotechnische, automobiel- en plasticindustrie. Poona bezit machinefabrieken en Ahmedabad (Gujarat) textielindustrie; kleinere centra in dit gebied zijn Surat (katoen) en Baroda (petrochemie). Het tweede industriegebied omvat Calcutta en omgeving, benevens het grensgebied Bihar-Orissa-Madhya Pradesh, m.n. de strook langs de rivier de Damodar.

In Calcutta domineert de jute-industrie, verder is er metaalverwerkende industrie, papier-, chemische en farmaceutische industrie. Het Damodargebied, het ‘Ruhrgebied van India’, is het centrum van mijnbouw en zware industrie (o.a. hoogovens, staalfabrieken en machinefabrieken). Een derde belangrijk gebied vormt het zuiden, met als centra Bangalore, Coimbatore en Madras (o.a. elektrotechniek, vliegtuigbouw, staalindustrie, textiel, aardolieraffinaderijen en leerindustrie). Verder zijn er verspreid over het land diverse grote industriesteden zoals Vishakapatnam (scheepsbouw), Hyderabad (machinefabrieken), Benares (textiel, locomotieven), Bhopal (elektrotechniek en chemische industrie), Kanpur (leer, textiel) en in de Punjab Ludhiana, Jullundur en Amritsar (rijwielen, sportartikelen, textiel). Belangrijk is ook de filmindustrie; India is een van de grootste filmproducenten ter wereld. De voornaamste centra zijn Malayalam (Kerala) en Bombay.

Indische handel

India importeert machines, ijzer, staal, aardolie(producten), katoen, chemicaliën, kunstmest en (vanwege wisselvallige oogsten en een sterk groeiende bevolking) voedselgranen en rijst. Belangrijkste leveranciers zijn de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Duitsland, Iran, Saoedi-Arabië en Japan. De belangrijkste exportartikelen zijn edelstenen, kunstnijverheid, sieraden, textiel, katoen, jute, thee, ijzererts, huiden en vellen voor de leerindustrie, verse vruchten, noten en suiker. Een relatief nieuwe, sterk groeiende categorie exportartikelen wordt gevormd door de ‘engineering products’: spoorwegwagons, koelkasten, elektrische kabels en leidingen, dieselmotoren en auto's, maar de export daarvan nam aan het begin van de jaren tachtig af als gevolg van de recessie in de

Indische handel
Indische handel. Beeld E. Buchot
ontwikkelde landen. De belangrijkste afnemers zijn de Verenigde Staten, Japan, Groot-Brittannië, Hongkong, de Verenigde Arabische Emiraten en de Benelux. De Indiase handelaren en ondernemers spelen in Azië een prominente rol (Midden-Oosten, Zuidoost-Azië); daarnaast werken vele Indiërs als gastarbeiders in de landen rond de Perzische Golf en hun verdiensten vormen een zeer belangrijke deviezenbron voor het land. De handelsbalans was sinds de jaren tachtig vrijwel steeds negatief (in 1996 opgelopen tot bijna $ 4 miljard); de tekorten werden echter overbrugd met omvangrijke buitenlandse kredieten. Multilaterale hulp ontvangt India voornamelijk in de vorm van leningen via de Wereldbank. Bilaterale hulp wordt hoofdzakelijk gegeven door de landen van de EU (m.n. Duitsland en Groot-Brittannië), de Verenigde Staten en Japan. Emmanuel Buchot en Encarta.
Aangepast zoeken