Hongarije

Hongarije in de 21ste eeuw

Foto's van Hongarije
5/08/11

In april 2000 veroorzaakte het buiten haar oevers treden van de Tisza, eerder ernstig vervuild door zware metalen afkomstig uit een goudmijn in Roemenië, grote wateroverlast. Premier Viktor Orbán riep de noodtoestand uit.

Hongaarse regeringen toonden zich betrokken bij Hongaarse minderheden buiten de landsgrenzen. In 2002 werd een Statuswet van kracht, die etnische Hongaren in staat stelde gemakkelijk in Hongarije te werken en onderwijs te volgen, door ze een status te geven gelijk aan het staatsburgerschap. De wet stuitte vooral in Roemenië en Slowakije echter op veel kritiek: die landen vreesden een uitstroom van getalenteerde Hongaren. De wet moest in 2004 na een vanwege lage opkomst mislukt referendum worden ingetrokken, tot tevredenheid van Roemenië en Slowakije. Na de parlementsverkiezingen van april 2002 was de rechtsconservatieve FIDESz/MPP van premier Orban weliswaar de grootste partij, maar had de coalitie van Socialistische Partij van de ex-bankier Péter Medgyessy en de linksliberale SzDSz een meerderheid.

Net aangetreden als premier werd Medgyessy geconfronteerd met onthullingen over zijn verleden als informant voor de communistische staatsveiligheidsdienst. Hij kon echter aanblijven. Op 1 mei 2004 werd Hongarije lid van de Europese Unie. In de jaarlijkse rapportages van de Europese Commissie had het land doorgaans goed gepresteerd, en de economie ontwikkelde zich voorspoedig. De Hongaren hadden in een referendum in 2003 ingestemd met het lidmaatschap, hoewel de opkomst laag was. In 2004 was het enthousiasme verder gedaald, vooral door de maatregelen waarmee veel lidstaten hun arbeidsmarkten wilden beschermen. De regering streefde naar invoering van de euro in 2010. Het oplopende begrotingstekort vormde daarbij een probleem. Ook in 2005 was het te hoog voor de EU-normen. In 2006 en 2007 bleef het begrotingstekort rond de 9,5% van het bbp.

Een slechte uitslag bij de Europese verkiezingen in 2004 vormden de inleiding tot de val van de kleurloze premier Medgyessy. Hij wijzigde de samenstelling van zijn regering, maar dat leidde tot verzet in de coalitie waarop zijn MSzP hem liet vallen. Ferenc Gyurcsány volgde hem in september op. Hij kondigde een strikt fiscaal beleid aan om de Europese doelstellingen te kunnen halen.

In april 2006 won de socialistische MszP van de regerende premier Gyurcsány de parlementsverkiezingen. Het was de eerste keer na de val van het communisme dat een zittende regering kon aanblijven. Gyurcsány raakte in problemen nadat hij in een toespraak tot zijn partij vlak na de verkiezingen stelde dat zijn regering in het voorbije anderhalf jaar niets had gepresteerd. Ondanks de ophef hierover weigerde de premier af te treden. Het parlement steunde hem daarin. De crisis werkte door tot in 2007.

"Hongarije," © Schriftelijke door en Encarta

Gyurcsány
Gyurcsány
Tilpasset søgning