Economie van Hongarije |
| Foto's van Hongarije |
3/08/11
|
Hongarije kende vanaf 1968 een voor communistische begrippen liberale economie. Dat jaar werd het ‘Nieuw Economisch Mechanisme’ (NEM) ingevoerd, met als kern decentralisering van de economische beslissingsmacht. Een van de elementen was het loslaten van de centraal vastgestelde prijzen, hetgeen de productie en de efficiëntie stimuleerde. Het tweede NEM, van kracht vanaf 1978, behelsde o.a. het intrekken van allerlei subsidies, waardoor de productiekosten stegen en bedrijven gedwongen waren meer realistische prijzen te berekenen. Deze aanpak leidde echter tot sterke prijsverhogingen van allerlei goederen en diensten, waaronder voedsel en huisvesting. Inflatie en werkloosheid deden hun intrede. Vanaf 1988 werd toegewerkt naar een markteconomie, waar vraag en aanbod op elkaar afgestemd zijn. |
Het herstructureringsproces van de Hongaarse economie naar een vrije markt is inmiddels vrijwel afgerond. Geringe binnenlandse vraag en de trage bloei van de traditionele afzetlanden belemmeren een voortvarende economische ontwikkeling. Een grote overheidsschuld en hoge inflatie beperken voorlopig de voorziene rappe expansie van de economie. Het bbp wordt voor 5% in de landbouw, voor 35% in de industrie en voor 60% in de dienstverlening gerealiseerd. Van de economisch actieve bevolking werkte in 1996 8% (1977: 22%) in de landbouw, 27% (1977: 43%) in de industrie en 65% (1977: 9%) in de dienstensector. In 1997 daalde de werkloosheid voor het eerst sinds jaren onder de 10% en begon het bezuinigingsbeleid vruchten af te werpen. In 2000 groeide het bnp met 5%, de inflatie daalde tot onder de 10% en het begrotingstekort beliep ca. 4% van het bnp. De werkloosheid bleef onder de 10%. "Hongarije," © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta |
![]() Tilpasset søgning
|